Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 

 


Onderstaande kenmerken kunnen van toepassing zijn op uw kind.
 
Belangrijk naast deze kenmerken is de school ťn thuissituatie.
Op school kan het kind zich anders gedragen dan thuis. Dit ligt in de meeste gevallen aan:
- De relatie leerkracht (onderwijzer/onderwijzeres) leerling.
- Heeft de school voldoende mogelijkheden om intern te differentieren?
- Is de aangeboden stof uitdagend genoeg.
- Hoe is de relatie met de mede klasgenoten?
- Is uw kind voldoende school gemotiveerd?
- Begrijpt de leerkracht uw kind?
- Hoe is zijn concentratievermogen?
- Hoe is zijn (leer)aanpakgedrag?
 
Hoog intelligente kinderen hebben hun eigen manier van leren.......... (slechts 2-3 op de 100 kinderen is hoogbegaafd!)
M.a.w. Op een school van 500 leerlingen zitten hooguit 15 hoogbegaafde kinderen verdeeld oveer 8 groepen.
 
Zie verder: Aanknopingspunten HB kind & Hoogbegaafd & Problematiek bij HB kinderen
 
Mentale kenmerken, intellectuele kwaliteiten bij hoog begaafde kinderen.
 
1. Het kind wordt beschouwd als oud voor zijn leeftijd, door familie en vrienden als begaafd beschouwd.
 
2. Houdt van de uitdaging van intellectuele taken, blinkt uit in het volvoeren van moeilijke denktaken; vertoont een vermogen tot georganiseerd denken, redeneren en oordeel boven zijn leeftijd.
 
3. Vertoont intellectuele nieuwsgierigheid, verlangen naar kennis, heeft een houding van vraagstelling wat betreft bronnen en oorzaken, zoekt redenen en verklaringen.
 
4. Heeft een scherp observatievermogen, een uitmuntend geheugen voor punten en onderwerpen die hem interesseren.
 
5. Bezit een brede basis van algemene kennis en informatie.
 
6. Is inventief, creatief; vertoont verbeelding, originaliteit bij het uitwerken van plannen en projecten.
 
7. Vertoont rijpheid in het begrijpen en het uitvoeren van richtlijnen.
 
8. Verkiest spelen die geconcentreerd denken vereisen, met inbegrip van regels en systeem, introduceert meer complexiteit in de spelen.
 
Verbale bekwaamheid.
 
9. Vertoont een maturiteit boven zijn leeftijdsgenoten bij het gebruik van orale taal, vloeiend bij het spreken (fluency),  bij het voorbrengen van orale rapporten.
 
10. Heeft een effectieve woordenkeuze bij het spreken, beschikt over een woordenschat die typisch is voor oudere kinderen en volwassenen; houdt ervan lange woorden te gebruiken.
 
11. Vertoont maturiteit (rijpheid, volwassenheid) en gemakkelijkheid in het vatten van betekenissen bij orale communicatie.
 
12. Vertoont maturiteit in de geschreven expressie; fluency, nauwkeurigheid, originaliteit bij het proneren van ideeŽn, een efficiŽnt gebruik van de taal.
 
13. Vertoont talent bij het samenstellen van originele verhalen, essays, gedichten, spelen, materialen voor schoolactiviteiten.
 
14. Spreekt, leest, en schrijft een tweede taal met merkelijke vloeiendheid.
 
Schoolse vaardigheden en resultaten.
 
15. Leert gemakkelijk en vlug op school,  heeft minder nood aan uitleg en herhaling dan zijn leeftijdsgenoten.
 
16. Maakt snellere voortgang op de school dan zijn leeftijdsgenoten; werd geplaatst in een sectie die sneller vooruitgaat, of in klassen voor betere studenten.
 
17. Houdt van leren, wordt beschouwd als een kind dat ijverig is voor de studie, is bekwaam tot onafhankelijke studie; heeft schoolse onderscheidingen bekomen.
 
18. Is vooruit bij het onafhankelijk gebruik van de bibliotheek; heeft een brede vertrouwdheid met de boekenvoorraad.
 
19. Heeft een leesvaardigheid die ver reikt boven zijn leeftijd; houdt van het lezen van boeken geschikt voor oudere kinderen en volwassenen; gebruikt gevorderd referentiemateriaal, geschikt voor volwassenen.
 
20. Gaat met mathematische denkprocessen gemakkelijk om; lange delingen, breuken, decimalen, percentages, maten, algebra, geometrie, volgens de geboden opportuniteit tot leren, gebruikt rekenmachines, mathematische tabellen, enz.; behandelt geschreven vraagstukken in mathesis met snel begrip, toont vindingrijkheid bij het oplossen van mathematische vraagstukken.
 
21. Heeft een brede basis van informatie in de wetenschappen; begrijpt de processen van het wetenschappelijk denken; gebruikt wetenschappelijke werktuigen - vergrootglas, telescoop, magneten, dissectie werktuigen - met een handigheid boven zijn leeftijd.
 
22. Heeft een brede basis van informatie in de sociale wetenschappen: geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer; begrijpt de beginselen van sociale wetenschap; leest boven zijn  leeftijd in deze domeinen. Gebruikt landkaarten, wereldbol, atlassen; werkt met kaarten, grafisch materiaal en tabellen.
 
23. Is geÔnteresseerd in lopende gebeurtenissen en politieke situaties, regering en wereldzaken; denkt kritisch over de gebeurtenissen van elke dag; heeft een reflectieve houding tegenover ideeŽn van sociale en filosofische aard.
 
Bijzondere interesses, vaardigheden, talenten.
 
24. Vertoont veelzijdige interesses en vaardigheden; is versatiel.
 
25. Besteedt een belangrijk deel van zijn vrije tijd alleen aan zijn hobbyís en zelfgekozen projecten.
 
26. Vertoont initiatief, enthousiasme, originaliteit, volharding, volgehouden aandacht bij het werken aan favoriete projecten; sterke gedrevenheid om het doel te bereiken;  goede planning en uitvoering van zelfgeplande  projecten; heeft erkenning en prijzen gewonnen voor zijn hobbyinteresses
 
27. Vertoont een opmerkelijke interesse voor wetenschappelijke onderwerpen; houdt van discussies omtrent wetenschap, mathesis, astronomie, enz.;  vertoont een voorkeur voor deze onderwerpen bij de lectuur; heeft een opmerkelijke basis van informatie omtrent ťťn of meer van deze onderwerpen.
 
28. Is geÔnteresseerd voor het werken met mechanische werktuigen en apparaten; vertoont mechanisch vernuft en vindingrijkheid in mechanische constructie; houdt van discussies en lectuur omtrent mechanische tuigen en ontdekkingen; heeft een opmerkelijke basis van informatie over deze domeinen.
 
29. Vertoont een speciaal talent voor muziek; is goed gevorderd in de muziekstudies heeft recitals gegeven, heeft speciale erkenning gewonnen voor uitzonderlijke performantie, prijzen, beurzen, enz.; heeft een uitgebreide basis van informatie omtrent muziek.
 
30. Heeft speciaal talent in de grafische kunst; schilderen, tekenen, beeldhouwen, handwerk; zijn werk werd tentoongesteld, erkend door prijzen, beurzen, enz.; heeft een uitgebreide basis van informatie in dit domein.
 
31. Heeft speciaal talent in expressieve en opvoerende kunsten; theater, dans; heeft recitals gegeven, erkenning ontvangen, prijzen, beurzen, enz. heeft een opmerkelijke basis van informatie op dit domein.
 
32. Heeft ongewone prestaties geleverd in atletiek, sport, spelen, fysische prijskampen; heeft erkenning gewonnen, medailles, prijzen, enz.
 
33. Werkt naar hoge standaarden van vakkunde, heeft een hoge graad van autokritiek, is niet gemakkelijk tevreden  met zijn eigen prestaties, streeft naar nauwkeurigheid en precisie.
 
34. Leest en gebruikt boeken; het is zijn favoriete bezigheid.
 
35. Houdt er van feiten op te zoeken, elementen van informatie uit te zoeken, daarbij gebruik makend van bekende bronnen van informatie als woordenboek, encyclopedie, almanak, enz.; doet mee met wedstrijden die een brede basis van informatie vereisen.
 
36. Maakt verzamelingen van een systematisch, ordelijk type, die een speciaal interesse weerspiegelen.
 
37. Houdt een dagboek; schrijft systematische en periodieke notities betreffende zijn studies en interessegebieden.
 
 38. Heeft zijn intentie laten blijken een beroep van hoog niveau te kiezen dat academische vorming vereist of professionele opleiding na de hogeschool.
 
Persoonlijke en sociale kenmerken, karakterkwaliteiten.
 
39. Geeft de voorkeur aan gezelschap van oudere kinderen, of aan omgang met volwassenen.
 
40. Is sociaal aanpasbaar; bereid om met anderen om te gaan in persoonlijke relaties.
 
41. Schijnt op een vanzelfsprekende wijze het leiderschap op zich te nemen; wordt gekozen door zijn maten als leider van klasactiviteiten, school- en clubzaken;  wordt aangezien als een autoriteit door andere kinderen; wordt gevraagd om de organisatie van activiteiten op zich te nemen of het bestuur waar te nemen; zijn beslissingen worden geŽerbiedigd.
 
42. Wordt aangezien als "anders" of als een "brein" door andere kinderen; drukt zijn ongeduld uit tegenover anderen die trager zijn dan hijzelf; vertoont een agressieve en dominerende houding tegenover zijn klasgenoten.
 
43. Vertoont een opstandige houding wanneer de situatie geen uitdaging bevat of als men dingen van hem eist die hem onredelijk schijnen.
 
44. Verhoudt zich op een rijpe wijze tot het gezag, eerbiedigt en observeert regels en reglementeringen.
 
45. Vertoont bekommernis om het welzijn van anderen; bezonnen, onzelfzuchtig; toont een verlangen dienst te betonen, geÔnteresseerd in programma's van sociaal dienstbetoon.
 
46. Heeft een rijpe ethische zin; begrijpt en geeft het voorbeeld  van rechtvaardigheid en fair-play in zijn gedrag; verdraagt geen onrechtvaardigheid.
 
47. Is betrouwbaar, heeft een hoog verantwoordelijkheidsgevoel.
 
48. Is bescheiden bij het beoordelen van zijn vaardigheden en zijn talenten; heeft eerbied voor de verwezenlijkingen van anderen; negeert dat hij meer talent heeft dan anderen.
 
49. Waardeert humor die intellectueel gekruid is; vertoont slimheid in het opzetten van grappen.
 
50. Heeft een rijpe fysische ontwikkeling voor zijn leeftijd; goed fysisch uithoudingsvermogen, volharding, kracht, soepelheid, motorische coŲrdinatie.
 
Achtergrond en vroege ontwikkeling.
 
51. Was bekend als een vroegrijp kind nog voor  de schoolleeftijd; vertoonde een versnelde mentale ontwikkeling op een vroege leeftijd.
 
52. Was vroeg in het gebruik van taal op de leeftijd van twee of drie jaar; gebruikt zinnen, originele uitdrukkingen, uitgevonden woorden.
 
53. Vertoonde een manipulatieve vaardigheid boven zijn leeftijd nog voor  schoolleeftijd; toont dit door handwerk, bouwen, gebruik van werktuigen en mechanisch speelgoed, snijwerk, plakwerk, naaien, weven, boetseren met klei.
 
54. Vertoonde vroegtijdig duidelijk artistiek of muzikaal talent.
 
55. Vertoonde vroegtijdige belangstelling voor prentenboeken en voor het luidop lezen; behoudend geheugen voor karakters,  verhalen, rijmen, enz.; leerde informeel lezen thuis voor het naar school gaan.
 
56. Leerde gemakkelijk op school lezen, behaalde een niveau van functionele vaardigheid (vierde tot vijfde leerjaar) dat duidelijk boven  de typische leeftijd staat van negen tot tien jaar.
 
57. Leerde zijn naam schrijven, getallen, eenvoudige woorden voor de schoolleeftijd; vroegtijdige kennis van het alfabet.
 
58. Vertoonde een vroegtijdige interesse in getallen, tellen en berekeningen; gevorderd in rekenkunde, kennis van geld, zegels; interesse en kennis boven zijn leeftijd in tijd, afstanden, uurwerken, kalenders, enz.
 
59. Was gevorderd in kennis van gewone voorwerpen, hun namen en gebruik, hun werking.
 
60. Was voor op zijn leeftijdsgenoten in geschreven uitdrukking op de leeftijd van negen jaar; toonde interesse in het opstellen van verhalen, schrijven van brieven.
 
61. Toonde een vroeg interesse in tafelspelen die volgens regels verliepen, systeem, het bijhouden van de punten.
 
62. Hield van eenzaam spel dat hijzelf uitgevonden had in vroege kindsheid; hield ervan ingebeelde kameraden uit te denken of een hele verbeelde wereld.
 
63. Begon het eerste leerjaar voor de leeftijd van vijf jaar negen maanden; tweede leerjaar voor zeven jaar; maakte snelle vorderingen na zijn intrede in het eerste leerjaar; sloeg ŤŤn of meer termijnen over in de lagere school.
 
64. Komt van een tehuis van relatief hoog geletterd niveau en uit een intellectueel stimulerende omgeving.
 
65. De ouders moedigen de interesses en de activiteiten van hun kind aan, zonder dwang of overstimulatie; de ouders moedigen vrijheid van uitdrukking aan, onafhankelijkheid, zelf-verant
woordelijkheid.
 Onder deze controlelijst schuilt een hele filosofie en een vrij aparte opvatting van hoogbegaafdheid. Die wordt duidelijk in de laatste vragen: is het kind afkomstig van een hoogculturele familie, want dan alleen is het mogelijk dat het al die kenmerken of een groot deel ervan realiseert. Een opmerkelijk tekort aan deze lijst is het ontbreken van precieze gegevens: wat betekent vroegtijdig in al die verschillende vragen? Een open vraag blijft: in welke mate moet een kind  positief beoordeeld worden? Is het voldoende op een drietal vragen positief te zijn, of hoeveel moet er meer. Een bedekte tendens is er ook om de populariteit van een kind hoog aan te slaan: gekozen worden door anderen. Welnu dat is juist een teken dat we te doen hebben met misschien een begaafde of een meerbegaafde, maar niet met een hoogbegaafde. Zulke lijsten zijn dus enigszins misleidend.
 
HOME (www.orthopedagogiek.com)

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 10/9/2017