Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
Kinderliedjes voor de kinderopvang, de peuter- en kleuterleid(st)ers
 

Kenmerken
65 kenmerken
HB Problematiek
Aanknopingspunten
Valkuilen
Onvoldoendes?

 


Hoogbegaafdheid

Omschrijving type gedrag: hoogbegaafdheid en sociaal≠ emotionele problemen

Definitie:

IQ > 130 + uitzonderlijke prestaties + de bereidheid om intelligentie in te zetten

Er is sprake van een probleem in de sociaal≠ emotionele ontwikkeling als ze zich sociaal niet goed ontwikkelen en geen aandacht, medeleven, begrip en waardering voor anderen kunnen opbrengen.

 

Een IQ>130 wil (helaas) nog niet zeggen dat het kind succesvol zal zijn op de basisschool en/of voortgezet onderwijs.

Van belang is de intrinsieke motivatie om te willen en blijven presteren.

 

Symptomen:

  • Weinig motivatie (zonder inspanning is het al goed. dus waarom dan je best doen

  • Cognitief benaderen van sociale interacties (op een zakelijke, afstandelijke manier relaties analyseren en de reacties zijn idem). De omgeving accepteert dit vaak niet.

Mogelijke oorzaken:

Verstoring in de sociaal-emotionele ontwikkeling ontstaat door een verkeerde interactie met de omgeving. Dit komt deels doordat hoogbegaafde kinderen signalen anders uitzenden en deels doordat de omgeving de signalen anders opvat dan ze bedoeld zijn.

Mogelijke prognose:

Als de interactie met de omgeving geoptimaliseerd wordt kan het kind zich goed ontwikkelen. Het is belangrijk dat de omgeving de behoeftes van het hoogbegaafde kind herkent en er adequaat op reageert.

Handelingsvoorstellen:

  • Verschillen tussen kinderen en de gevolgen daarvan bespreken
  • Spelen/werken met andere kinderen aantrekkelijk maken door goede rolverdeling
  • Contacten met andere hoogbegaafde kinderen regelen
  • Aanspreken op behoeftes en niveau van het kind

Uit de praktijk:

In de omgang met andere kinderen zijn er vier soorten gedragingen:

  • Aanpassen Deze Leerlingen vallen niet op. Ze kunnen heel ver gaan bij dat aanpassen met het gevaar zichzelf kwijt te raken.

  • Storen. Ondernemend, opvallend in de groep, gaat z'n eigen gang. Ziet op een gegeven moment zichzelf ook als stoorzender en gaat zich er bij voorbaat al naar gedragen Clownesk gedrag. Gek doen voordat een ander je gek vindt

  • Terugtrekken. Laatste optie als andere pogingen op niks zijn uitgelopen en de leerlingen geen perspectief meer ziet. B.v. storten op de computer.

  • Weinig omgang met leeftijdsgenoten

Als u bovenstaande uitspraken herkent, dan heeft u een probleem, want uw kind past dan niet meer aan op school en langzaam maar zeker gaat u geloven dat uw kind niet normaal is en erger nog het kind, uw kind, voelt zich als een vreemde in de wereld om hem heen.

U moet nu met argumenten zien te komen om de school ervan te overtuigen dat uw kind niet vreemd is......., uw kind is gewoon hoogbegaafd.
Wat kunt u nog doen?
Lees onderstaande 65 items eens goed door en als u nog veel meer herkent bij uw kind, dan is het misschien wel tijd om na te denken om uw kind eens te laten testen op hoge intelligentie...........

Misschien herkent u de onderstaande 65 items, hieronder vernoemd.

Mentale kenmerken, intellectuele kwaliteiten.
 
1. Het kind wordt beschouwd als oud voor zijn leeftijd, door familie en vrienden als begaafd beschouwd.
 
2. Houdt van de uitdaging van intellectuele taken, blinkt uit in het volvoeren van moeilijke denktaken; vertoont een vermogen tot georganiseerd denken, redeneren en oordeel boven zijn leeftijd.
 
3. Vertoont intellectuele nieuwsgierigheid, verlangen naar kennis, heeft een houding van vraagstelling wat betreft bronnen en oorzaken, zoekt redenen en verklaringen.
 
4. Heeft een scherp observatievermogen, een uitmuntend geheugen voor punten en onderwerpen die hem interesseren.
 
5. Bezit een brede basis van algemene kennis en informatie.
 
6. Is inventief, creatief; vertoont verbeelding, originaliteit bij het uitwerken van plannen en projecten.
 
7. Vertoont rijpheid in het begrijpen en het uitvoeren van richtlijnen.
 
8. Verkiest spelen die geconcentreerd denken vereisen, met inbegrip van regels en systeem, introduceert meer complexiteit in de spelen.
 
Verbale bekwaamheid.
 
9. Vertoont een maturiteit boven zijn leeftijdsgenoten bij het gebruik van orale taal, vloeiend bij het spreken (fluency),  bij het voorbrengen van orale rapporten.
 
10. Heeft een effectieve woordenkeuze bij het spreken, beschikt over een woordenschat die typisch is voor oudere kinderen en volwassenen; houdt ervan lange woorden te gebruiken.
 
11. Vertoont maturiteit en gemakkelijkheid in het vatten van betekenissen bij orale communicatie.
 
12. Vertoont maturiteit in de geschreven expressie; fluency, nauwkeurigheid, originaliteit bij het proneren van ideeŽn, een efficiŽnt gebruik van de taal.
 
13. Vertoont talent bij het samenstellen van originele verhalen, essays, gedichten, spelen, materialen voor schoolactiviteiten.
 
14. Spreekt, leest, en schrijft een tweede taal met merkelijke vloeiendheid.
 
Schoolse vaardigheden en resultaten.
 
15. Leert gemakkelijk en vlug op school,  heeft minder nood aan uitleg en herhaling dan zijn leeftijdsgenoten.
 
16. Maakt snellere voortgang op de school dan zijn leeftijdsgenoten; werd geplaatst in een sectie die sneller vooruitgaat, of in klassen voor betere studenten.
 
17. Houdt van leren, wordt beschouwd als een kind dat ijverig is voor de studie, is bekwaam tot onafhankelijke studie; heeft schoolse onderscheidingen bekomen.
 
18. Is vooruit bij het onafhankelijk gebruik van de bibliotheek; heeft een brede vertrouwdheid met de boekenvoorraad.
 
19. Heeft een leesvaardigheid die ver reikt boven zijn leeftijd; houdt van het lezen van boeken geschikt voor oudere kinderen en volwassenen; gebruikt gevorderd referentiemateriaal, geschikt voor volwassenen.
 
20. Gaat met mathematische denkprocessen gemakkelijk om; lange delingen, breuken, decimalen, percentages, maten, algebra, geometrie, volgens de geboden opportuniteit tot leren, gebruikt rekenmachines, mathematische tabellen, enz.; behandelt geschreven vraagstukken in mathesis met snel begrip, toont vindingrijkheid bij het oplossen van mathematische vraagstukken.
 
21. Heeft een brede basis van informatie in de wetenschappen; begrijpt de processen van het wetenschappelijk denken; gebruikt wetenschappelijke werktuigen - vergrootglas, telescoop, magneten, dissectie werktuigen - met een handigheid boven zijn leeftijd.
 
22. Heeft een brede basis van informatie in de sociale wetenschappen: geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer; begrijpt de beginselen van sociale wetenschap; leest boven zijn  leeftijd in deze domeinen. Gebruikt landkaarten, wereldbol, atlassen; werkt met kaarten, grafisch materiaal en tabellen.
 
23. Is geÔnteresseerd in lopende gebeurtenissen en politieke situaties, regering en wereldzaken; denkt kritisch over de gebeurtenissen van elke dag; heeft een reflectieve houding tegenover ideeŽn van sociale en filosofische aard.
 
Bijzondere interesses, vaardigheden, talenten.
 
24. Vertoont veelzijdige interesses en vaardigheden; is versatiel.
 
25. Besteedt een belangrijk deel van zijn vrije tijd alleen aan zijn hobbyís en zelfgekozen projecten.
 
26. Vertoont initiatief, enthousiasme, originaliteit, volharding, volgehouden aandacht bij het werken aan favoriete projecten; sterke gedrevenheid om het doel te bereiken;  goede planning en uitvoering van zelfgeplande  projecten; heeft erkenning en prijzen gewonnen voor zijn hobbyinteresses
 
27. Vertoont een opmerkelijke interesse voor wetenschappelijke onderwerpen; houdt van discussies omtrent wetenschap, mathesis, astronomie, enz.;  vertoont een voorkeur voor deze onderwerpen bij de lectuur; heeft een opmerkelijke basis van informatie omtrent ťťn of meer van deze onderwerpen.
 
28. Is geÔnteresseerd voor het werken met mechanische werktuigen en apparaten; vertoont mechanisch vernuft en vindingrijkheid in mechanische constructie; houdt van discussies en lectuur omtrent mechanische tuigen en ontdekkingen; heeft een opmerkelijke basis van informatie over deze domeinen.
 
29. Vertoont een speciaal talent voor muziek; is goed gevorderd in de muziekstudies heeft recitals gegeven, heeft speciale erkenning gewonnen voor uitzonderlijke performantie, prijzen, beurzen, enz.; heeft een uitgebreide basis van informatie omtrent muziek.
 
30. Heeft speciaal talent in de grafische kunst; schilderen, tekenen, beeldhouwen, handwerk; zijn werk werd tentoongesteld, erkend door prijzen, beurzen, enz.; heeft een uitgebreide basis van informatie in dit domein.
 
31. Heeft speciaal talent in expressieve en opvoerende kunsten; theater, dans; heeft recitals gegeven, erkenning ontvangen, prijzen, beurzen, enz. heeft een opmerkelijke basis van informatie op dit domein.
 
32. Heeft ongewone prestaties geleverd in atletiek, sport, spelen, fysische prijskampen; heeft erkenning gewonnen, medailles, prijzen, enz.
 
33. Werkt naar hoge standaarden van vakkunde, heeft een hoge graad van autokritiek, is niet gemakkelijk tevreden  met zijn eigen prestaties, streeft naar nauwkeurigheid en precisie.
 
34. Leest en gebruikt boeken; het is zijn favoriete bezigheid.
 
35. Houdt er van feiten op te zoeken, elementen van informatie uit te zoeken, daarbij gebruik makend van bekende bronnen van informatie als woordenboek, encyclopedie, almanak, enz.; doet mee met wedstrijden die een brede basis van informatie vereisen.
 
36. Maakt verzamelingen van een systematisch, ordelijk type, die een speciaal interesse weerspiegelen.
 
37. Houdt een dagboek; schrijft systematische en periodieke notities betreffende zijn studies en interessegebieden.
 
 38. Heeft zijn intentie laten blijken een beroep van hoog niveau te kiezen dat academische vorming vereist of professionele opleiding na de hogeschool.
 
Persoonlijke en sociale kenmerken, karakterkwaliteiten.
 
39. Geeft de voorkeur aan gezelschap van oudere kinderen, of aan omgang met volwassenen.
 
40. Is sociaal aanpasbaar; bereid om met anderen om te gaan in persoonlijke relaties.
 
41. Schijnt op een vanzelfsprekende wijze het leiderschap op zich te nemen; wordt gekozen door zijn maten als leider van klasactiviteiten, school- en clubzaken;  wordt aangezien als een autoriteit door andere kinderen; wordt gevraagd om de organisatie van activiteiten op zich te nemen of het bestuur waar te nemen; zijn beslissingen worden geŽerbiedigd.
 
42. Wordt aangezien als "anders" of als een "brein" door andere kinderen; drukt zijn ongeduld uit tegenover anderen die trager zijn dan hijzelf; vertoont een agressieve en dominerende houding tegenover zijn klasgenoten.
 
43. Vertoont een opstandige houding wanneer de situatie geen uitdaging bevat of als men dingen van hem eist die hem onredelijk schijnen.
 
44. Verhoudt zich op een rijpe wijze tot het gezag, eerbiedigt en observeert regels en reglementeringen.
 
45. Vertoont bekommernis om het welzijn van anderen; bezonnen, onzelfzuchtig; toont een verlangen dienst te betonen, geÔnteresseerd in programma's van sociaal dienstbetoon.
 
46. Heeft een rijpe ethische zin; begrijpt en geeft het voorbeeld  van rechtvaardigheid en fair-play in zijn gedrag; verdraagt geen onrechtvaardigheid.
 
47. Is betrouwbaar, heeft een hoog verantwoordelijkheidsgevoel.
 
48. Is bescheiden bij het beoordelen van zijn vaardigheden en zijn talenten; heeft eerbied voor de verwezenlijkingen van anderen; negeert dat hij meer talent heeft dan anderen.
 
49. Waardeert humor die intellectueel gekruid is; vertoont slimheid in het opzetten van grappen.
 
50. Heeft een rijpe fysische ontwikkeling voor zijn leeftijd; goed fysisch uithoudingsvermogen, volharding, kracht, soepelheid, motorische coŲrdinatie.
 
Achtergrond en vroege ontwikkeling.
 
51. Was bekend als een vroegrijp kind nog voor  de schoolleeftijd; vertoonde een versnelde mentale ontwikkeling op een vroege leeftijd.
 
52. Was vroeg in het gebruik van taal op de leeftijd van twee of drie jaar; gebruikt zinnen, originele uitdrukkingen, uitgevonden woorden.
 
53. Vertoonde een manipulatieve vaardigheid boven zijn leeftijd nog voor  schoolleeftijd; toont dit door handwerk, bouwen, gebruik van werktuigen en mechanisch speelgoed, snijwerk, plakwerk, naaien, weven, boetseren met klei.
 
54. Vertoonde vroegtijdig duidelijk artistiek of muzikaal talent.
 
55. Vertoonde vroegtijdige belangstelling voor prentenboeken en voor het luidop lezen; behoudend geheugen voor karakters,  verhalen, rijmen, enz.; leerde informeel lezen thuis voor het naar school gaan.
 
56. Leerde gemakkelijk op school lezen, behaalde een niveau van functionele vaardigheid (vierde tot vijfde leerjaar) dat duidelijk boven  de typische leeftijd staat van negen tot tien jaar.
 
57. Leerde zijn naam schrijven, getallen, eenvoudige woorden voor de schoolleeftijd; vroegtijdige kennis van het alfabet.
 
58. Vertoonde een vroegtijdige interesse in getallen, tellen en berekeningen; gevorderd in rekenkunde, kennis van geld, zegels; interesse en kennis boven zijn leeftijd in tijd, afstanden, uurwerken, kalenders, enz.
 
59. Was gevorderd in kennis van gewone voorwerpen, hun namen en gebruik, hun werking.
 
60. Was voor op zijn leeftijdsgenoten in geschreven uitdrukking op de leeftijd van negen jaar; toonde interesse in het opstellen van verhalen, schrijven van brieven.
 
61. Toonde een vroeg interesse in tafelspelen die volgens regels verliepen, systeem, het bijhouden van de punten.
 
62. Hield van eenzaam spel dat hijzelf uitgevonden had in vroege kindsheid; hield ervan ingebeelde kameraden uit te denken of een hele verbeelde wereld.
 
63. Begon het eerste leerjaar voor de leeftijd van vijf jaar negen maanden; tweede leerjaar voor zeven jaar; maakte snelle vorderingen na zijn intrede in het eerste leerjaar; sloeg ŤŤn of meer termijnen over in de lagere school.
 
64. Komt van een tehuis van relatief hoog geletterd niveau en uit een intellectueel stimulerende omgeving.
 
65. De ouders moedigen de interesses en de activiteiten van hun kind aan, zonder dwang of overstimulatie; de ouders moedigen vrijheid van uitdrukking aan, onafhankelijkheid, zelf-verant
woordelijkheid.
 Onder deze controlelijst schuilt een hele filosofie en een vrij aparte opvatting van hoogbegaafdheid. Die wordt duidelijk in de laatste vragen: is het kind afkomstig van een hoogculturele familie, want dan alleen is het mogelijk dat het al die kenmerken of een groot deel ervan realiseert. Een opmerkelijk tekort aan deze lijst is het ontbreken van precieze gegevens: wat betekent vroegtijdig in al die verschillende vragen? Een open vraag blijft: in welke mate moet een kind  positief beoordeeld worden? Is het voldoende op een drietal vragen positief te zijn, of hoeveel moet er meer. Een bedekte tendens is er ook om de populariteit van een kind hoog aan te slaan: gekozen worden door anderen. Welnu dat is juist een teken dat we te doen hebben met misschien een begaafde of een meerbegaafde, maar niet met een hoogbegaafde. Zulke lijsten zijn dus enigszins misleidend.
 
Intelligentie (capaciteiten) onderzoek wordt niet vergoed door uw ziektekosten verzekeraar. Dit wordt door de N.V.O. en de ziektekostenverzekeraars uitdrukkelijk gesteld. Orthopedagogen/psychologen die intelligentie (capaciteiten) onderzoek anders formuleren om het voor hun cliŽnten vergoed te krijgen maken zich schuldig aan frauduleus handelen.
 

 

Home ] Kenmerken ] 65 kenmerken ] HB Problematiek ] Aanknopingspunten ] Valkuilen ] Onvoldoendes? ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 13/11/2016