Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
 
 

 


ADD volgens de DSM IV (inmiddels is de DSM V beschikbaar)

Beknopt overzicht van de criteria van de DSM-5

Michiel W. Hengeveld (vertaler)

Vertaling van de Desk Reference.
Het beknopt overzicht is een verkorte uitgave van de DSM-5. Het is de vertaling van de Desk Reference to the Diagnostic Criteria from DSM-5.
Handzame uitgave voor praktisch gebruik. 
In het beknopt overzicht kunt u de criteria die bij een psychische stoornis horen snel en gemakkelijk raadplegen. Alle criteria uit het handboek van de DSM-5 zijn erin opgenomen. Deze titel verschijnt als paperback en als ringband (bureau-editie). Boom uitgevers Amsterdam.

DSM IV & V (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is het meest gebruikte handboek bij psychische aandoeningen. Dit handboek wordt meestal gehanteerd bij het stellen van een diagnose. Het handboek verbindt verschillende criteria aan psychische aandoeningen, zodat vastgesteld kan worden of iemand ook daadwerkelijk deze aandoening heeft.

Voor ADD wordt de DSM-IV criteria van de ADHD gebruikt, maar dan zonder de hyperactiviteit. Volgens de DSM-IV zijn de kenmerken van het type ADD:

  • Het kind is snel afgeleid door dingen en geluiden die niet belangrijk zijn voor waar ze mee bezig zijn.
  • Het kind heeft moeite met dingen plannen en het organiseren van bijvoorbeeld werk of taken.
  • Het kind heeft problemen met het afmaken van taken en op tijd klaar kunnen zijn.
  • Het kind kan zich niet goed concentreren op details en maakt hierdoor slordige fouten.
  • Het kind kan bijna nooit de uitleg goed opvolgen en zal dingen missen.
  • Het kind verliest of vergeet van alles, zoals sleutels, portemonnee, en spullen die nodig zijn om een opdracht uit te voeren.

ADD (Attention Deficit Disorder)

 Dit is een aandachtsstoornis, die gepaard gaat met onoplettendheid.

  • ADD kenmerkt zich door stoornissen in de voortdurende continue aandacht (continue sustained attention) en in selectieve aandacht (selective attention)
  • De executieve functies (managementsfuncties) en het werkgeheugen zijn gestoord.

Voorbeeld:

Een voorbeeld van managementfuncties is de functie van dirigent en brandweercommandant.

Beiden moeten kunnen organiseren, activeren, integreren, aansturen, ze moeten complexe situaties kunnen oplossen en organiseren.

Op dit gebied kan een persoon met ADD grote problemen ondervinden.

Hij/zij scoort beneden gemiddeld op taken waarbij waakzaamheid en het vasthouden van de aandacht noodzakelijk zijn.

Werkgeheugen:

Het werkgeheugen is een onderdeel van het lang termijn geheugen.

Nieuwe informatie komt eerst binnen bij het KTG (kort termijn geheugen) dit slaat de informatie op en verwerkt deze.

Het werkgeheugen houdt de informatie “on line” terwijl tegelijkertijd ook andere functies tegelijkertijd worden uitgevoerd. Het bestaat uit een deel van het lang termijn geheugen dat op een bepaald moment actief wordt. Het helpt herinneren.

Bij personen met ADD werkt dit werkgeheugen minder goed.

Hyperfocussen

Naast verminderde aandacht komt hyperfocussen voor:

  • Hyperfocussen is het juist extreem goed kunnen concentreren in bepaalde situaties en in andere situaties totaal niet. Terwijl hij/ zij zich concentreert kan er bij wijze van spreken een bom worden afgeschoten zonder dat dit gevolgen heeft voor de concentratie. Soms leidt dit tot geniale oplossingen en anderzijds tot het idee dat de persoon in kwestie niet luistert

4.5%-9% van alle kinderen heeft ADD

ADHD gecombineerd type 1.9% - 4.8 %

Hyperactief is 1.7%-3.9%

Hyperactiviteit

Hyperactiviteit kan met de jaren enigszins afnemen

Aandachtsproblemen blijven later ook bestaan.

Co-morbiditeit

Vaak gaan ADD en ADHD samen met andere stoornissen: (Co-morbiditeit)

  • Depressie
  • Slaapstoornissen; slaapwandelen, bedplassen, tandenknarsen, inslaapproblemen,nachtmerries
  • Hoofdpijnklachten
  • Meer dan gemiddeld oorontstekingen
  • Overgevoeligheid voor bv voedingsstoffen
  • Problemen met het immuunsysteem
  • Angststoornis
  • Oppositioneel gedrag
  • Leerstoornis bv dyslexie, dyscalculie
  • Bipolaire stoornis
  • Autisme
  • Gilles de la Tourette

Problematiek

Praktisch gezien zijn er problemen met:

  • Organiseren activeren om aan het werk te gaan
  • Luisteren
  • Vasthouden van de concentratie
  • Nonverbaal werkgeheugen
  • Volhouden van energie en inspanning voor werk
  • Zelfregulering van het affect/arousal  (snel en hevig uit hun doen zijn)
  • Reconstitutie: vermogen om opgeslagen informatie te manipuleren en toegankelijk te maken voor herinnering
  • Inhibitie: problemen met reguleren van de beheersing (frustratietolerantie)

Emotie beïnvloedt de aandacht

Externe en interne prikkels beïnvloeden de aandacht

Er zijn 3 netwerken in de hersenen voor aandacht:

  1. Een orienterend netwerk
  2. Een executief netwerk
  3. Een waaknetwerk

Dopamine beïnvloedt die hersengebieden en is te vinden in diverse geneesmiddelen die voorgeschreven worden voor ADD/ADHD

Gevolgen van de aandachtsproblemen

Aandachtsproblemen kunnen moeilijkheden geven bij:

  • Het vinden van een baan
  • Het aangaan en aanhouden van sociale relaties
  • Het volgen van instructies
  • Het afmaken van taken
  • Het beginnen aan taken, die langdurig geestelijke inspanning vragen
  • Het op orde houden van bezittingen ( verliezen van dingen/ extreme vergeetachtigheid)
  • Het overzien van gehelen (letten vaak op details)

ADD in de praktijk

ADD geldt als gezondheidsbeperking

  1. Moet vastgesteld zijn door een clinicus
  2. Schoolprestaties moeten negatief erdoor beïnvloed zijn
  3. De clinicus moet aangeven of speciaal onderwijs noodzakelijk is.

Landelijke richtlijnen ontbreken, voor schoolresultaten gelden vaak de schoolvorderingen.   Op individuele schoolvorderingentoetsen halen ADD leerlingen vaak gemiddelde scores, dus letten op prestaties tijdens gewone schooldagen.

Interventies in het onderwijs:

Aandacht, productiviteit en nauwkeurigheid moeten worden beïnvloed.

Mogelijkheden van begeleiding: Leerresultaten

  • Instructiemateriaal bijstellen
  • Op een andere manier aanbieden bv in kleur i.p.v. zwart-wit
  • Vragen om een actieve respons en veelvuldig feedback geven
  • Rol van de computer vergroten
  • Tempo van de presentatie aanpassen

Adolescenten

  • Instructie bij het maken van aantekeningen
  • Mogelijkheid van gebruik maken van aantekeningen van anderen
  • Hulp van vaste medestudent
  • Extra tijd bij examens/tentamens

Mogelijkheden van begeleiding bij leerresultaten en gedrag:

  • Werken met de gevolgen van gedrag
  • Strategisch werken met complimenten
  • Gewenst gedrag belonen, ongewenst gedrag negeren
  • Toepassen van tokens, deze werken echter slechts tijdelijk
  • Zorgen voor 3x hogere frequentie van belonen als straffen (reprimandes worden vaak te snel gebruikt)
  • AD(H)D kinderen zijn minder gevoelig voor belonen en straffen en zijn ook sneller uitgekeken op bepaalde beloningen
  • Respons cost (iets inleveren als het gedrag voorkomt, is soort straf)
  • Time out
  • Contract maken.

Begeleidingsstrategieen

Ouders:

Huiswerk:

  • Tijd om aan te werken vaststellen
  • Na het werk eigen prestatie evalueren … doel gehaald dan belonen
  • Heen en weer schrift
  • Daadwerkelijk helpen, bv voorlezen van opdrachten

Adolescentie:

  • Zelf formuleren van doelen
  • Zorgen voor realistische doelen
  • Bonuspunten + eigen voorstel van beloning

Leeftijdsgenoten:

Elkaar helpen:

  • Tutorsysteem
  • Klas verdelen in paren elkaar om beurt instructie geven leerkracht houdt in de gaten

Welke paren goed werken

  • Zelfhulp: methode van zelfinstructie: voordoen, samendoen, nadoen met hardop spreken, zelfdoen met innerlijk spreken, automatiseren

Behandelvormen

  • Medicijngebruik: antidepressiva, stimulantia
  • Gedragsmodificatie: cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie:

  • Vaststellen van concrete behandeldoelen
  • Leren over samenwerken
  • Aanleren van basale technieken voor het omgaan met gedachten en emoties
  • Eigen denken/emoties/ gedrag en aandacht beter gaan beheersen
  • Herstructureren van de omgeving: omgaan met problemen van studie en werk
  • Preventie van terugval en omgaan met terugval

Leren studeren/ gedrag: belangrijk om te leren

  • Opdelen van taken in kleinere delen, die kunnen worden afgehandeld op verschillende tijdstippen
  • Leren aciviteiten op een passend moment te onderbreken, om zich aan een planning en tijdschema te kunnen houden of juist andere dingen voor te laten gaan
  • Leren op assertieve manier de eigen planning te beschermen tegen indringing door anderen
  • Het stellen van prioriteiten

Intake vragen bij ADD:

    1. Door wie is ADD geconstateerd? Instantie/datum/ onderzoeksverslag
    2. Welke verschijnselen deden zich voor? Op school/ thuis
    3. Is medicatie gegeven?
    4. Welke verschijnselen doen zich nu nog voor?
    5. Is er nog medicatie voorgeschreven?
    6. Is er sprake van co-morbiditeit?
    7. Wat helpt?
    8. Wat verwacht u van dit gesprek?
Bron:
ADHD bij volwassenen:ISBN 902651722
Diagnostische criteria DSM IV: 90 265 1402 6
 
© drs. jpm Voets, orthopedagoog 2007
 
HOME (www.orthopedagogiek.com)

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 30/06/2017