Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
Kinderliedjes voor de kinderopvang, de peuter- en kleuterleid(st)ers
 

 


 
DSM-IV criteria voor de Autistische Stoornis

Hoofdcategorie: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie
gediagnosticeerd worden.
Subcategorie: Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

299.00 Autistische stoornis
(Autistic Disorder)

A. Een totaal van zes (of meer) items van (1), (2) en (3) met ten minste
twee van (1), en van (2) en (3) elk van:

(1) kwalitatieve beperkingen in de sociale interacties zoals blijkt uit
ten minste twee van de volgende:

(a)
duidelijke stoornissen in het gebruik van verschillende vormen van non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukkingen, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te bepalen
(b) er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen, die passen bij het ontwikkelingsniveau
(c) tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzingen van voorwerpen die van betekenis zijn)
(d) afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

(2) kwalitatieve beperkingen in de communicatie zoals blijkt uit ten
minste een van de volgende:

(a) achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal (niet samengaand met een poging dit te compenseren met alternatieve communicatiemiddelen zoals gebaren of mimiek)
(b) bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden
(c) stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
(d) afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel (doen-alsof spelletjes) of sociaal imiterend spel (nadoen spelletjes) passend bij het ontwikkelingsniveau


(3)
beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten zoals blijkt uit ten minste een van de
volgende:

(a) sterke preoccupatie met een of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is ofwel in intensiteit ofwel in richting
(b) duidelijke rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
(c) stereotiepe en zich herhalende motorische maniƫrismen (bijvoorbeeld fladderen of draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam)
(d) aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen


B. Achterstand in of abnormaal functioneren op ten minste een van de volgende gebieden met een begin voor het derde jaar:

(1) sociale interacties
(2) taal zoals te gebruiken in sociale communicatie of
(3) symbolisch of fantasiespel

C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan de stoornis van Rett
of een desintegratiestoornis van de kinderleeftijd.
 
Definitie: stoornis binnen het autisme spectrum?
In de praktijk wordt een stoornis binnen het autisme spectrum aangeduid als:
  • Autisme
  • Aan autisme verwante stoornis
  • Contactstoornis
  • Syndroom van Asperger
  • Multiplex ontwikkelingsstoornis of Multiplex (Complex) Development Disorder (M(C)DD)
  • Pervasieve ontwikkelingsstoornis- Niet Anders Omschreven (PDD-NAO) of
  • Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified (PDD-NOS) of A-typische
  • ontwikkelingsstoornis of A-typisch Autisme
Al bovengenoemde benamingen behoren tot de stoornissen binnen het autisme spectrum Hiermee wordt aangegeven dat een autisme spectrum stoornis op heel verschillende wijzen tot uiting kan komen.
Wat is een autisme spectrum stoornis?
De Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) hanteert de volgende werkdefinitie:
Onder mensen met een autistische stoornis worden verstaan personen,van wie de ontwikkeling verstoord verloopt of verlopen is op grond van:
een stoornis in het sociale contact, met name in de sociale wederkerigheid
De aard van deze contactstoornis kan heel verschillend tot uiting komen.
Sommige personen zijn heel passief en nauwelijks betrokken bij de hen omringende wereld, terwijl anderen geen afstand bewaren en vaak op een bizarre claimende wijze iemands aandacht opeisen. Bovendien is zowel het inzicht in wat anderen voelen en denken, alsmede het doorzien van sociale situaties zeer beperkt.

een stoornis in de verbale en non-verbale communicatie
Sommige personen spreken helemaal niet, anderen zijn welbespraakt, met alle mogelijke tussenvormen. Het blijft echter voornamelijk eenrichtingsverkeer. Mimiek en gebarentaal is voor hen moeilijk te begrijpen en kan een bron van verwarring vormen.

een stoornis in het verbeeldingsvermogen
Deze stoornis (zich onvoldoende iets kunnen verbeelden / voorstellen en er betekenis aan kunnen verlenen) kan zich uiten in o.a. een totaal gebrek aan verbeelding, invoelingsvermogen, maar ook in een teveel aan fantasie, waar het individu zich in verliest.

een opvallend beperkt repertoire van interesses en activiteiten
Het individu heeft slechts oog voor enkele objecten, onderwerpen of activiteiten (bijvoorbeeld draaiende wieltjes, treinen of het open en sluiten van deuren. Hij kan hier zo door in beslag genomen of geobsedeerd worden dat hij veel te weinig interesse in andere zaken heeft, waardoor de ontwikkeling ernstig wordt belemmerd, en zijn isolement toeneemt.
 
Wat ligt er ten grondslag aan autisme?
Autisme is een stoornis in het verwerken van informatie. Bij mensen met autisme komen zintuiglijke prikkels wel binnen, maar ze hebben moeite deze in verband te brengen: vaak pikken ze er een detail uit en geven daaraan een heel letterlijke betekenis.
Zij zien, horen, proeven, voelen en ruiken maar kunnen deze informatie niet goed met elkaar in verband brengen.
Ze nemen de wereld als het ware in losse deeltjes waar. Ze geven vaak betekenis aan kleine onbelangrijke details zonder het geheel te overzien.
De betekenis van een bepaald gebeuren ontgaat hen vaak, of er worden verkeerde verbanden gelegd waardoor ze niet goed kunnen reageren
Door zich dwangmatig vast te houden aan gewoontes, routines, regels, afspraken, fixaties proberen mensen met autisme greep te krijgen op de onoverzichtelijke en chaotische leefwereld om hen heen. Bij (plotselinge) veranderingen kunnen ze snel in paniek raken
Samenvattend betekent dit dat:
  • Dat prikkels op een andere manier verwerkt worden
  • De verschillende gebeurtenissen op een andere manier, of helemaal niet, met elkaar in verband gebracht worden
  • Dat belangrijke informatie wordt moeilijk of niet onderscheiden van minder belangrijke informatie
  • Het geheel wordt moeilijk of niet begrepen: de wereld wordt gezien in details
  • De informatie wordt moeilijk of niet opgenomen, zonder voldoende analyse, zodat er niet voldoende gegeneraliseerd wordt
  • De mogelijkheid / verbeelding om verder te kijken dan de waarneming zelf beperkt is
  • De wereld een wirwar van indrukken is

Een diagnose m.b.t. de DSM IV is voorbehouden aan een kinderpsychiater.

Hij heeft de eindverantwoordelijkheid bij het stellen van een DSM IV diagnose.

Orthopedagogen, (GZ)psychologen geven aan dat een kind kenmerken heeft van bovengenoemde stoornissen.

HOME (www.orthopedagogiek.com)

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 13/11/2016