Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 

 


 
DSM-V criteria voor de Autisme Spectrum Stoornis (ASS stoornis)

Autismespectrumstoornissen

Een autisme spectrum stoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis, waarbij de informatie verwerking in de hersenen verstoord is. Vaak gebruikt men de term autisme als men eigenlijk een autisme spectrum stoornis bedoelt.

Noot: Individuen met een bevestigd DSM-IV diagnose van autistische stoornis, stoornis van Asperger of pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven moeten de diagnoses ASS krijgen. Individuen die gemarkeerde tekorten hebben in sociale communicatie, maar bij wie de symptomen anderszins niet voldoen aan de criteria voor ASS, moeten geŽvalueerd worden voor Sociaal (pragmatische) Communicatie Stoornis.

Kenmerken en criteria volgens de DSM V:

Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D

A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere contexten, zich manifesterend in alle volgende, momenteel of door geschiedenis (voorbeelden zijn illustratief, niet exhaustief):

1. tekorten in de sociaal-emotionele wederkerigheid; variŽrend van, bijvoorbeeld: abnormale sociale toenadering en het falen in normale heen-en-weer gesprekken tot het verminderd delen van interesses, emoties of affect; tot falen om sociale interacties te initiŽren of beantwoorden

2. tekorten in non-verbaal communicatieve gedragingen welke gebruikt worden voor sociale interactie; variŽrend van, bijvoorbeeld: slecht geÔntegreerde verbale en non-verbale communicatie tot afwijkingen in oogcontact en lichaamstaal of tekorten in het begrijpen en gebruiken van gebaren; tot een totaal gebrek aan gezichtsuitdrukkingen en non-verbale communicatie

3. tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties; variŽrend van, bijvoorbeeld: moeilijkheden om gedrag aan te passen aan verschillende sociale contexten tot moeilijkheden in het delen van fantasierijk spel of in het maken van vrienden; tot afwezigheid van interesse in leeftijdsgenoten

Specifieer huidige ernst: ernst is gebaseerd op beperkingen in sociale communicatie en beperkte, repetitieve patronen van gedrag (zie tabel)

B. Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, interesses of activiteiten zich manifesterend in ten minste twee van de volgende, momenteel of door geschiedenis (voorbeelden zijn illustratief, niet exhaustief):

1. stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak, bijvoorbeeld: eenvoudige bewegingsstereotypieŽn, oplijnen van speelgoed of draaien van voorwerpen, echolalie, idiosyncratische zinnen

2. aandringen op gelijkheid, inflexibel vasthouden aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag, bijvoorbeeld: extreme onrust bij kleine veranderingen, moeilijkheden met overgangen, rigide denkpatronen, begroetingsrituelen, nood om dezelfde route te nemen of elke dag hetzelfde voedsel te eten

3. zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal zijn in intensiteit of focus, bijvoorbeeld: sterke gehechtheid aan of preoccupatie met ongewone voorwerpen, overdreven omschreven of persevererende interesses

4. hyper- of hypo-reactiviteit op sensorische input of ongewone interesse in zintuiglijke aspecten in de omgeving, bijvoorbeeld: schijnbare onverschilligheid 1 DSM-5: American Psychiatric Association, Desk reference to the diagnostic criteria from DSM-5, American Psychiatric Association, Arlington, 2013 Protocol diagnostiek bij gedrags- en/of emotionele problemen en het vermoeden van een (ontwikkelings)stoornis Implementatieversie 2014 2 voor pijn/temperatuur, vijandige reactie op specifieke geluiden of texturen, overmatige ruiken of aanraken van voorwerpen, fascinatie voor lichten of beweging Specifieer huidige ernst: ernst is gebaseerd op beperkingen in sociale communicatie en beperkte, repetitieve patronen van gedrag (zie tabel)

C. De symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege kindertijd (maar kunnen soms pas merkbaar worden wanneer sociale eisen de beperkte capaciteit overstijgen of gemaskeerd worden door aangeleerde strategieŽn in het latere leven)

D. De symptomen leiden tot klinisch significante beperkingen in het sociaal, beroepsmatig functioneren of andere belangrijke terreinen van het huidig functioneren.

E. De stoornissen worden niet beter verklaard door verstandelijke beperking (intellectuele ontwikkelingsstoornis) of algemene ontwikkelingsvertraging. Verstandelijke beperking en ASS komen frequent samen voor. Om co-morbide diagnoses van ASS en verstandelijke handicap te maken, moet de sociale communicatie lager zijn dan te verwachten voor het algemeen ontwikkelingsniveau.

Specifieer indien:

met of zonder begeleidende intellectuele beperkingen - met of zonder begeleidende beperkingen in de taal - geassocieerd met een gekende medische of genetische conditie of omgevingsfactor - geassocieerd met een andere neuro-ontwikkelingsstoornis, mentale of gedragsstoornis - met catatonia Protocol diagnostiek bij gedrags- en/of emotionele problemen en het vermoeden van een (ontwikkelings)stoornis Implementatieversie 2014 3 Niveau van ernst van ASS Sociale communicatie Beperkte, repetitieve gedragingen

Niveau 3: vereist zeer substantiŽle steun Ernstige tekorten in verbale en non-verbale sociale communicatie vaardigheden leiden tot ernstige beperkingen in het functioneren; zeer beperkt initiŽren van sociale interacties en een minimale respons op sociale toenadering van anderen Inflexibiliteit in gedrag, extreme moeilijkheden bij het omgaan met veranderingen of ander beperkt/repetitief gedrag dat duidelijk interfereert met functioneren op alle gebieden. Duidelijk lijden/moeilijkheden om de focus of actie te veranderen.

Niveau 2: vereist substantiŽle steun Duidelijke tekorten in verbale en non-verbale sociale communicatie vaardigheden; sociale beperkingen zijn zichtbaar ook al is er sprake van ondersteuning; beperkt initiŽren van sociale interacties en een verminderde of abnormale reactie op sociale toenadering van anderen Inflexibiliteit in gedrag, moeilijkheden bij het omgaan met veranderingen of ander beperkt/repetitief gedrag dat vaak genoeg voorkomt om duidelijk te zijn voor een toevallige waarnemer en interfereert met functioneren in een variŽteit aan contexten. Lijden/moeilijkheden om de focus of actie te veranderen.

Niveau 1: vereist steun Zonder steun veroorzaken de tekorten in sociale communicatie merkbare beperkingen; heeft moeite met het initiŽren van sociale interacties en toont duidelijke voorbeelden van atypische of mislukte reacties op sociale toenadering van anderen. Kan een verminderde interesse hebben in sociale interacties. Inflexibiliteit in gedrag veroorzaakt significante interferentie met functioneren in een of meerder contexten. Problemen in de organisatie en planning hinderen onafhankelijkheid.

Bronvermelding o.a.

http://www.prodiagnostiek.be

Kenmerken en criteria volgens de DSM IV

Hoofdcategorie: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in de adolescentie
gediagnosticeerd worden.
Subcategorie: Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

299.00 Autistische stoornis
(Autistic Disorder)

A. Een totaal van zes (of meer) items van (1), (2) en (3) met ten minste
twee van (1), en van (2) en (3) elk van:

(1) kwalitatieve beperkingen in de sociale interacties zoals blijkt uit
ten minste twee van de volgende:

(a)
duidelijke stoornissen in het gebruik van verschillende vormen van non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukkingen, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te bepalen
(b) er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen, die passen bij het ontwikkelingsniveau
(c) tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzingen van voorwerpen die van betekenis zijn)
(d) afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

(2) kwalitatieve beperkingen in de communicatie zoals blijkt uit ten
minste een van de volgende:

(a) achterstand in of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal (niet samengaand met een poging dit te compenseren met alternatieve communicatiemiddelen zoals gebaren of mimiek)
(b) bij individuen met voldoende spraak duidelijke beperkingen in het vermogen een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden
(c) stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik
(d) afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel (doen-alsof spelletjes) of sociaal imiterend spel (nadoen spelletjes) passend bij het ontwikkelingsniveau


(3)
beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten zoals blijkt uit ten minste een van de
volgende:

(a) sterke preoccupatie met een of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is ofwel in intensiteit ofwel in richting
(b) duidelijke rigide vastzitten aan specifieke niet-functionele routines of rituelen
(c) stereotiepe en zich herhalende motorische mani√ęrismen (bijvoorbeeld fladderen of draaien met hand of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam)
(d) aanhoudende preoccupatie met delen van voorwerpen


B. Achterstand in of abnormaal functioneren op ten minste een van de volgende gebieden met een begin voor het derde jaar:

(1) sociale interacties
(2) taal zoals te gebruiken in sociale communicatie of
(3) symbolisch of fantasiespel

C. De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan de stoornis van Rett
of een desintegratiestoornis van de kinderleeftijd.
 
Definitie: stoornis binnen het autisme spectrum?
In de praktijk wordt een stoornis binnen het autisme spectrum aangeduid als:
  • Autisme
  • Aan autisme verwante stoornis
  • Contactstoornis
  • Syndroom van Asperger
  • Multiplex ontwikkelingsstoornis of Multiplex (Complex) Development Disorder (M(C)DD)
  • Pervasieve ontwikkelingsstoornis- Niet Anders Omschreven (PDD-NAO) of
  • Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified (PDD-NOS) of A-typische
  • ontwikkelingsstoornis of A-typisch Autisme
Al bovengenoemde benamingen behoren tot de stoornissen binnen het autisme spectrum Hiermee wordt aangegeven dat een autisme spectrum stoornis op heel verschillende wijzen tot uiting kan komen.
 
Wat is een autisme spectrum stoornis volgens de NVA.
De Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) hanteert de volgende werkdefinitie:
Onder mensen met een autistische stoornisĚ worden verstaan personen,van wie de ontwikkeling verstoord verloopt of verlopen is op grond van:
een stoornis in het sociale contact, met name in de sociale wederkerigheid
De aard van deze contactstoornis kan heel verschillend tot uiting komen.
Sommige personen zijn heel passief en nauwelijks betrokken bij de hen omringende wereld, terwijl anderen geen afstand bewaren en vaak op een bizarre claimende wijze iemands aandacht opeisen. Bovendien is zowel het inzicht in wat anderen voelen en denken, alsmede het doorzien van sociale situaties zeer beperkt.

een stoornis in de verbale en non-verbale communicatie
Sommige personen spreken helemaal niet, anderen zijn welbespraakt, met alle mogelijke tussenvormen. Het blijft echter voornamelijk eenrichtingsverkeer. Mimiek en gebarentaal is voor hen moeilijk te begrijpen en kan een bron van verwarring vormen.

een stoornis in het verbeeldingsvermogen
Deze stoornis (zich onvoldoende iets kunnen verbeelden / voorstellen en er betekenis aan kunnen verlenen) kan zich uiten in o.a. een totaal gebrek aan verbeelding, invoelingsvermogen, maar ook in een teveel aan fantasie, waar het individu zich in verliest.

een opvallend beperkt repertoire van interesses en activiteiten
Het individu heeft slechts oog voor enkele objecten, onderwerpen of activiteiten (bijvoorbeeld draaiende wieltjes, treinen of het open en sluiten van deuren. Hij kan hier zo door in beslag genomen of geobsedeerd worden dat hij veel te weinig interesse in andere zaken heeft, waardoor de ontwikkeling ernstig wordt belemmerd, en zijn isolement toeneemt.
 
Wat ligt er ten grondslag aan autisme?
Autisme is een stoornis in het verwerken van informatie. Bij mensen met autisme komen zintuiglijke prikkels wel binnen, maar ze hebben moeite deze in verband te brengen: vaak pikken ze er een detail uit en geven daaraan een heel letterlijke betekenis.
Zij zien, horen, proeven, voelen en ruiken maar kunnen deze informatie niet goed met elkaar in verband brengen.
Ze nemen de wereld als het ware in losse deeltjes waar. Ze geven vaak betekenis aan kleine onbelangrijke details zonder het geheel te overzien.
De betekenis van een bepaald gebeuren ontgaat hen vaak, of er worden verkeerde verbanden gelegd waardoor ze niet goed kunnen reageren
Door zich dwangmatig vast te houden aan gewoontes, routines, regels, afspraken, fixaties proberen mensen met autisme greep te krijgen op de onoverzichtelijke en chaotische leefwereld om hen heen. Bij (plotselinge) veranderingen kunnen ze snel in paniek raken
Samenvattend betekent dit dat:
  • Dat prikkels op een andere manier verwerkt worden
  • De verschillende gebeurtenissen op een andere manier, of helemaal niet, met elkaar in verband gebracht worden
  • Dat belangrijke informatie wordt moeilijk of niet onderscheiden van minder belangrijke informatie
  • Het geheel wordt moeilijk of niet begrepen: de wereld wordt gezien in details
  • De informatie wordt moeilijk of niet opgenomen, zonder voldoende analyse, zodat er niet voldoende gegeneraliseerd wordt
  • De mogelijkheid / verbeelding om verder te kijkenĚ dan de waarneming zelf beperkt is
  • De wereld een wirwar van indrukken is

Een diagnose m.b.t. de DSM IV is voorbehouden aan een kinderpsychiater.

Hij heeft de eindverantwoordelijkheid bij het stellen van een DSM IV diagnose.

Orthopedagogen, (GZ)psychologen geven aan dat een kind kenmerken heeft van bovengenoemde stoornissen.

HOME (www.orthopedagogiek.com)

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 10/9/2017