Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
Kinderliedjes voor de kinderopvang, de peuter- en kleuterleid(st)ers
 

Trefwoorden
Definities A-E
Definities E-J
Definities J-N
Definities N-R
Definities R-V
Definities V-Z

 


HOME (www.orthopedagogiek.com)

Begrippenlijst

Auditieve analyse

De leerling moet vaststellen uit welke fonemen ( klanken)  een woord is opgebouwd

ADHD

Attention deficit / hyperactivity disorder

Een syndroomdiagnose waarbij de volgende kenmerken
centraal staan:
Overactiviteit ( het bewegingspatroon is erg druk, bruusk, bruut) Aandachtstekort het kind kan zich niet richten op een opdracht.
Men is vergeetachtig
Men heeft moeite met organiseren van de informatieverwerking
Impulsiviteit in denken en doen

Afasie (dysfasie)

Een vermindering of verlies  van het vermogen zich uit te drukken door middel van spraak, schrift of tekens dan wel de gesproken of geschreven taal te begrijpen als gevolg van een beschadiging van het centrale zenuwstelsel

Apraxie (dyspraxie)

Een ontwikkelingsstoornis in de uitvoering van complexe en doelgerichte bewegingen met het lichaam en / of bepaalde lichaamsdelen, waardoor  een onvermogen bestaat om doelbewust de handeling uit te voeren

Assimilatie

(Piaget) Het aanpassingsproces van het organisme aan nieuwe situaties en
 problemen omschrijven

Associatie

Het leggen van verbanden met eerder geleerde
kennis, situaties, gebeurtenissen

Auditief

Met betrekking tot het gehoor

Auditieve

Voorwaarden

De mogelijkheden die een leerling heeft om informatie die gehoord wordt op een bepaalde wijze te verwerken.
Onderzocht worden vaak de auditieve analyse ( klanken
kunnen onderscheiden), de auditieve discriminatie
(klanken op hun verschillen kunnen onderscheiden
wanneer deze dichterbij elkaar liggen) en de auditieve
synthese ( klanken kunnen koppelen aan elkaar).
De auditieve voorwaarden zijn belangrijk voor het
aanvankelijk lezen en voor spelling.

Auditieve discriminatie

Het onderscheiden van  spraakklanken

Auditieve synthese

Het samenvoegen van afzonderlijke klanken tot een woord

Begaafdheid

Intellectuele waardering volgens IntelligentiequotiŽnt: bron: Rakit handleiding.
Hoger dan 130
Zeer begaafd
2,3 %
121-130
Begaafd
6,7 %
111-120
Hoog normaal/boven gemiddeld
16,1 %
90-110
gemiddeld
50 %
80-89
Beneden gemiddeld
16,1 %
70-79
moeilijk lerend
6,7 %
< 70
Verstandelijk beperkt
2,2 %

Bilateraal

Tweezijdig

Binoculair zien

Diepte zien ( tweeogig zien)

Ccompensatie

Aanvulling van een tekort

Cerebraal

Met betrekking tot de hersenen

Cognitie

Betrekking hebben op het kenproces

Co-morbiditeit

Het samengaan van twee of meer aandoeningen.
(bijvoorbeeld ADHD  en dyslexie)

Compenseren

De vervanging van de normaal gebruikelijke taak of uitvoeringsvorm door een gelijkwaardige taal en een gelijkwaardige uitvoeringsvorm
Conduct disorder
(CD)
Deze kinderen vertonen vaak grensoverschrijvend gedrag
(moeite met regels, vaak agressief)

CoŲrdinatie

Onderlinge afstemming en samenwerking van orgaanfuncties

Diagnosticeren

Lokaliseren van leer- spellingsproblemen en het opsporen van de aard van het probleem

Diagnostiek

Het vaststellen van de aard, oorzaak en toestand van een
Stoornis  met daartoe ontworpen hulpmiddelen

Didactische leeftijd DL en DLE

Het aantal maanden dat een leerling onderwijs heeft genoten.
DLE
Abstract: Didactische Leeftijdsequivalent
Tekst: Een dl (didactische leeftijd) geeft aan hoeveel maanden een kind onderwijs heeft gehad. Een schooljaar telt 10 maanden. Bij het begin van groep 3 wordt gestart met tellen. Voor groep 1 en 2 wordt teruggeteld. '
Een dl (didactische leeftijd) geeft aan hoeveel maanden een kind onderwijs heeft gehad. Een schooljaar telt 10 maanden. Bij het begin van groep 3 wordt gestart met tellen. Voor groep 1 en 2 wordt teruggeteld.
De dle geeft aan na hoeveel maanden gemiddeld een bepaalde score voor een toets of test wordt gehaald.
Het verschil tussen dle en dl geeft dus de achterstand van een kind weer (of de mate waarin het sneller gaat dan de rest van de groep).
dle gedeeld door dl geeft het leerrendement aan. Stel dat een kind een dl heeft van 10 en een score op een test haalt die past bij een dle van 5, dan is het leerrendement 5:10 = 50%

Differentiatie

Te onderscheiden verfijnde ontwikkeling van een deel  van het organisme

Discrepantie

Onderlinge afwijking tussen twee eenheden
Een statistisch te berekenen verschil tussen het niveau van de intelligentie enerzijds en de procesaspecten van lezen, spelling en/ of rekenen anderzijds. Als en sprake is van een discrepantie ( onderlinge afwijking) dan kunnen
wij zakelijk spreken van een leerstoornis. Is deze
discrepantie er niet, dan is een leermoeilijkheid

Dominantie

Overheersing van d werking van een der beide hersenhelften

Dyscalculie

Een stoornis op het gebied van rekenen, rekenzwakte

Dysharmonisch intelligentieprofiel

De seriŽle informatieverwerking ( Verbale Intelligentie) is relatief zwak t.o.v. de simultane informatieverwerking ( Performale Intelligentie)

Dyslexie

 Een stoornis op het gebied van lezen en/ of de spelling en / of taal. Er zijn verschillende subtypen van dyslexie, wat van belang is voor het behandeladvies.
Dyslexie is een stoornis bij het leren lezen en spellen

Dysorthografie

Een stoornis die zich beperkt tot de schriftelijke verwerking van taal. De dysorthografie is een onderdeel van dyslexie

Edukinesiologische oefeningen

Oefeningen ter stimulering van de samenwerking van beide hersenhelften

Empirisch

Berustend op waarneming en ervaring

Exploreren

Onderzoeken verkennen

Faalangst

Angst om te falen
Positieve faalangst: men functioneert optimaal
Negatieve faalangst: men disfunctioneert

Faciliteren

Vergemakkelijken, bevorderen

Fonologie

Taalwetenschap die zich bezighoudt met de klanken als betekenisdragers

Fonologische kennis

Men weet uit welke afzonderlijke klanken een woord is samengesteld. Dit maakt het mogelijk om een uitgesproken woord in afzonderlijke letters te ontleden en in de juiste volgorde op te schrijven.

Geheugen

Je hebt lange termijn en korte termijn geheugen ( werkgeheugen)
Bij lezen en spellen spelen auditief korte termijn geheugen en het visuele korte termijn geheugen een belangrijke rol
Het sequentieel geheugen zegt iets over het vasthouden van een volgorde en is van invloed op het lezen, rekenen, spelling en taal

Genetisch

Erfelijk

Grafofonische invullingen

Een leerling schrijft wat hij denkt te horen

Hemisfeer

Hersenhelft

Infereren

De lezer maakt gevolgtrekkingen over de betekenis van bepaalde woorden n de context van het verhaal
(bijv. leest straat i.p.v. laan)
Inner speech
(innerlijke spraak)
Het proces van het omzetten van ervaringen in symbolen met het gebruik van lipbewegingen

Intelligentie

Basiscapaciteit betreffende de aanpassing aan nieuwe problemen. Het is een gegeven dat dit een indicatie is voor het niveau van leerbaarheid. De intelligentie wordt in het onderzoek met verschillende tests onderzocht. De gemiddelde score op de Wisc-RN is 100 het gemiddelde niveau van de standaardscores bedraagt 10

Interferentie

Wanneer bij informatieverwerking processen op elkaar gaan storen, spreken we van interferenties. Er kunnen daardoor fouten ontstaan die het beeld geven van concentratieproblemen of slordigheid maar dit in feite niet zijn.

Interhemisferaal

Wat er zich tussen twee hersenhelften afspeelt

Interioriseren

Verinnerlijken

Intrahemisferaal

Wat er zich binnen een hersenhelft afspeelt
IQ
intelligentiequotiŽnt
Cijfer ter aanduiding van het IQ
Men gebruikt een test daarna
De verstandelijke leeftijd delen door de kalenderleeftijd
Dit getal vermenigvuldigt met 100

Lateraliteit

De voorkeur  voor het gebruik van een arm of been van
En van het oog van de andere zijde
Lateraltiteit leidt tot het gebruik van beide lichaamsdelen

Leerprobleem

Dit zijn leermoeilijkheden en leerstoornissen. De vaststelling hiervan is belangrijk voor de aard van de behandeling

Modale omzettingen

De neurologische verwerking van informatie. Bij het lezen wordt de informatie visueel waargenomen en binnen een circuit wordt er een betekenis aan gekoppeld. Dit is een intramodale visuele omzetting. Bij een intermodale omzetting vindt er een koppeling plaats tussen verscheidene functies

Morfemen

Samenstellende delen van een woord. Deze delen worden mede bepaald door de relatie van het woord met de rest van de zin.

Motoriek

Functionele eenheid  van spieren en motorische zenuwen waardoor men kan bewegen

Myeline

Een soort isolatielaag die de axonen van de hersencellen bedekt

Neurologie

Wetenschap die zich bezighoudt met het gezonde en zieke zenuwstelsel
Non verbal learning disability syndrome
( NLD)
Een disfunctie in de witte hersenmassa als gevolg waarvan
Kinderen oog- en schrijfmotorische [problemen hebben ( visiospatiele problemen). Verder hebben ze moeite met ordenen, conceptvorming en rekenen. Vaak is de lichaamstaal gering

Observatie

Het verzamelen van waarnemingen

Orthodidaktiek

De leer die methoden van hulpverlening ontwerpt ze systematiseert en toepasbaar maakt voor de verwerving en overdracht van vaardigheden en kennis, ten dienste  van de behandeling van kinderen met stoornissen in  de ontwikkeling ter versterking van de algemene en specifieke leervoorwaarden

Orthografie

De kunst om volgens de (spelling) regels te schrijven

Orthopedagogiek

De wetenschap die zich bezighoudt et besturen van de in de ontwikkeling belemmerden

Partieel defect

Door Bladergroen omschreven als het uitvallen van de ontwikkeling van een structuurgebied van de intelligentie dat betrekking kan hebben op waarnemen, het ruimtelijk ordenen, het figuuraal voorstellen en het verhoudingsdenken, waardoor structuurgebieden, bijvoorbeeld van taal en denken niet tot ontwikkeling komen

Perceptie

Waarneming zoals die actief wordt verwerkt, de waarnemingswijze

Performale intelligentie

De nadruk ligt op ruimtelijk inzicht, overzicht, logische volgorde ook wel praktische intelligentie genoemd

Perseveratie

Het blijven kleven aan een bepaald onderwerp, onder meer door het herhalen van bepaalde bewegingen, gebaren of woorden

Pervasieve ontwikkelingsstoornis

( PDD Ė NOS)

Pervasive Developmental Disorder
Er is een kwalitatieve tekortkoming in de ontwikkeling van de sociale vaardigheden, van de verbale  en non-verbale communicatieve vaardigheden

Prelinguaal

Voor de periode van taalbezit
Psychoanalyse
Freud methode en theorie over de inhoud en de functie van het onderbewuste en het onderzoek daarvan,

Regressie

Terugval in een vroeger stadium van de ontwikkeling

Reinforcement

Maatregelen die een versterkende werking hebben op het gedrag en de kans op herhaald optreden ervan vergroten.
Positieve reinforcement bijv. beloning
Negatieve reinforcement bijv. straf
Remedial teaching
 
Onderwijs aan kinderen die om de een of andere reden achter zijn in hun klas of bijzondere problemen hebben.
Dit onderwijs wordt doorgaans individueel of in een kleine groep  gegeven door een speciaal geschoolde remedial teacher

Reversibilite

Piaget: principe van de omkeerbaarheid bij rekenen
5-1=4  4+1=5

Ruimtelijke oriŽntatie

In relatie met dyslexie
Problemen met spiegelen van letters en van woorden bijvoorbeeld b en d , kat en tak

Semantiek

Leer van de betekenis van woorden

Sensomotoriek

Dit is de afstemming van de waarneming op het bewegen en omgekeerd. Bij het schrijven van letters en cijfers is dit belangrijk

Sequentieel denken

Opeenvolging, denken in stapjes

Significant

Betekenishebbend

Symptomen

Verschijnselen maniestaties van bepaalde afwijkingen of stoornissen

Syndroom

Groep van verschijnselen of symptomen die samen een ziekte - eenheid of aandoening vormen.

Synthese

Samenvoeging, verbinding van afzonderlijke elementen tot een nieuw geheel

Taal

De kwaliteit van de begrippenkaders en het aantal begrippen.
Taal omvat o.a. semantische (betekenis), syntactische (zinsconstructies en morfologische (woordvorming) aspecten

Tactiliteit

Tastzin, actief en passief verkregen indrukken via de huid

Temporeel

Betrekking hebbende op de tijd

Verbale intelligentie

De nadruk ligt op taal, onthouden, feitenkennis

Visueel geheugen

Bijzonder geheugen voor gezichtsindrukken

Voorstelling

Functieniveau tussen waarnemen en abstractie in de voorstelling vindt een individueel gekleurde neerslag en projectie van de werkelijkheid plaats

Vormconstantie

Het onder elke conditie herkennen van de vorm

Vormherkenning

Het herkennen van de vormen van objecten onafhankelijk van hun grootte en positie

Werkgeheugen

Het geheugen voor informatie die nog minimale bewerking heeft ondergaan. Dit geheugen heeft een beperkte opslagcapaciteit van 5 Ė7- 9 informatie eenheden.
Ook wel korte termijngeheugen genoemd

Woordbeeld

Een goede lezer  ziet geen afzonderlijke letters meer maar een figuur  gevormd door een vaste combinatie van letters, die dan als een geheel wordt waargenomen

Woordblindheid

Ander woord voor dyslexie (het niet goed kunnen lezen en spellen van woorden)

Woordvinding
Het opzoeken van een woord in het mentale lexicon.
Dit duurt een fractie van een seconde.
Bij dyslectici kost dit iets meer tijd.
Ze komen soms niet op een woord

( Bron uit: De Groot, Paagman, Kinderen met leer- en gedragsproblemen Boom 1994)

( Bron: uit Temmink, Merkelbach: kinderen met leer- en gedragsstoornissen 2000)

 

Home ] Trefwoorden ] Definities A-E ] Definities E-J ] Definities J-N ] Definities N-R ] Definities R-V ] Definities V-Z ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 13/11/2016