Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 

 


Behandeling Dyslexie

De handelingsgerichte diagnose heeft tot doel aangrijpingspunten voor behandeling vast te stellen, die leiden tot een oplossing of vermindering van onderwijsbelemmeringen

Onderscheid wordt gemaakt in: taakgerichte aangrijpingspunten en taakrelevante aangrijpingspunten.

Taakrelevante aangrijpingspunten: frustratie van talent, aan en afwezigheid van compensatiemogelijkheden, het sociaal- emotioneel functioneren en al dan niet voorkomen van leer-en werkhoudingsproblemen.

Taakgerichte aangrijpingspunten: keuzes m.b.t. remediŽren, compenseren en dispenseren.

Compensatiemogelijkheden: letten op: cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, emotionele stabiliteit, motivatie, algemeen taak-aanpak gedrag, meta-cognitieve vaardigheden, leesredzaamheidstrategieŽn.

Taakgerichte behandelpunten:

Toelichting waarom dit voor de leerling opgaat.

 Te denken is aan:

  • Specifieke ontwikkelingsstoornissen en zintuiglijke problemen.
  • Stimuleren: boekpromotie, functioneel lezen, plezier lezen, het nut van schrijven.
  • RemediŽren: zwakke punten in het beheersingspatroon aanpakken
  • Compenseren: gebruik maken van de sterke punten: gebruik maken van de context bij lezen, inspelen op specifieke interessen, functioneel lezen (recept, handleiding apparaat, sollicitatie)
  • Dispenseren: vrijstelling geven.

Taakrelevante behandelingspunten:

Toelichting waarom dit punt voor deze leerling opgaat Te denken is aan:

  • leesattitude
  • relevantie van lees/spellingsvaardigheid voor de leerling
  • vergroten van de leeswoordenschat
  • aanpakgedrag
  • problemen bij vakken
  • problemen in psychosociaal functioneren
  • taalontwikkelingsproblemen en woordenschatverwerving
  • problemen als gevolg van leerstoornissen op andere gebieden of co-morbiditeit
  • beperkte meta-cognitieve vaardigheden

(Als u op de rode onderstreepte tekst klikt wordt u doorverbonden naar de: dyslexie-expert)

Drie methodieken voor de aanpak van leesproblemen

Van der Leij noemt in zijn boek leesproblemen drie methodieken die gebruikt kunnen worden bij de aanpak van leesproblemen.

De eerste is de opbouwtechniek. De centrale gedachte is door aan te sluiten bij de niveaus van beheersing van de verschillende deelvaardigheden, de leesvaardigheid vanaf dat punt opbouwen, van de voorbereiding, via de kleinste eenheid (letters) naar grotere eenheden (clusters en woorden). Intensieve begeleiding bestaat uit het aanbieden in kleine stapjes, het toetsen van de voortgang en het onderwijs aan te passen aan het sterkte-zwaktepatroon in de beheersing van de deelvaardigheden. De opbouwprincipes zien er volgens van der Leij als volgt uit:

  • aanleren van de deelvaardigheden: fonologische deelvaardigheden, teken-klankkoppelingen
  • aanleren van de decodeerstrategieŽn: volledige verklanking, visuele synthese, directe woordherkenning
  • aanleren van een hardnekkige voorkeursstrategie: spellen en raden activeren van de leeshandeling
  • terugkoppelen over accuratesse

De tweede is de inprentingsmethodiek. Twee centrale uitgangspunten van de inprentingsmethodiek zijn het leren leggen van associaties tussen de orthografie, fonologie, uitspraak en betekenis en het versnellen van het verwerkingsproces van die associaties tot er van automatisme gesproken kan worden. Inprentingsprincipes beschrijft van der Leij als volgt

  • associaties leren: simultaan aanbieden via verschillende modaliteiten (visueel en auditief) en herhaald aanbieden
  • versnellen: presentatieduur beperken (flitsen)
  • terugkoppeling over snelheid (Van der Leij, 1998)

De opbouwmethode geeft aan leerlingen die zwak zijn in de fonologische deelvaardigheden in de loop van groep 2 en 3 extra oefeningen. De methode laat zich makkelijk vertalen in toetsen en deelvaardigheidsoefeningen. Het beste effect wordt bereikt met een combinatie van fonologische deelvaardigheden en letteroefeningen. De oefeningen hebben een hiŽrarchische opbouw en mogen niet te moeilijk of te makkelijk zijn. De inprentingsmethodiek is aan de orde op het moment dat de letters aangeleerd worden. De leerling dient eerst de letters accuraat te kunnen benoemen en daarna kan het snelheidselement erin gebracht worden. De inprentingsoefeningen worden vaak met computergestuurde programmaís geoefend. Er is dus een overlap tussen opbouw en inprenting. De inprentingsmethodiek is een aanvulling op de opbouwtechniek. Sommige kinderen leren op den duur wel de deelvaardigheden (opbouwtechniek) maar integreren dit niet tot een geautomatiseerde vaardigheid. Hier kan de inprenting en welkome aanvulling zijn.

De derde methodiek is de begripsstrategiemethodiek. Van der Leij omschrijft een leesstrategie als het bewust en volgens een bepaalde aanpak identificeren van de klankvorm en de betekenis van een woord of tekst. Het gaat dus zowel om technisch als begrijpend lezen. Van der Leij geeft de begripsstrategieŽn als volgt weer

  • leren toepassen van decodeerstrategieŽn: volledige verklanking, visuele synthese en analogie, directe woordherkenning
  • mobiliseren/implementeren van voorkennis: klankvorm en de betekenis van woorden, klankvorm en betekenis van verhaaltjes, anticiperen op de betekenis
  • leren toepassen van begripsstrategieŽn: leesstrategieŽn met betrekking tot context en betekenis, algemene strategieŽn

Voor leerlingen met een ernstig automatiseringstekort en een relatief betere verbale competentie is het vooral een compenserende methodiek. Voor leerlingen met een begripsachterstand is het een methodiek die de kern van hun probleem remedieert (Van der Leij, 1998).


Drie methodieken voor de aanpak van spellingproblemen

Afhankelijk van de beginsituatie van de leerling en de te behandelen leerstof gebruik maken van een combinatie van de volgende methodieken voor spelling: opbouwtechniek, inprentingstechniek en strategietechniek.

Bij de opbouwtechniek moeten deelvaardigheden geoefend worden om uiteindelijk klankzuivere woorden correct te leren schrijven. Oefenmateriaal is aanwezig in (remediŽrende) spellingmethoden voor het basisonderwijs.

Met de inprentingstechniek tracht men de interne representaties van woorden te stimuleren door in de opdracht die de leerling krijgt een aantal principes te verwerken die het opslaan en oproepen van de spelling van woorden bevorderen. De volgende technieken zijn van belang: het gebruiken van voorkennis, het bewust gelijktijdig activeren van meerdere informatiekanalen (kijken, luisteren, spreken en schrijven), controleren en herhalen.

Met de strategiemethodiek geeft men aan dat leerlingen strategieŽn moeten leren die leiden tot de oplossing van een probleem of tot een succesvolle uitvoering van een taak. Als hulpverlener structureer je het probleemoplossingsgedrag, de leerling oefent zich in de uitvoering ervan en gebruikt eventueel visuele stappenplannen als hulpmiddel (Henneman, 1994).

 

Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 10/9/2017