Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
Kinderliedjes voor de kinderopvang, de peuter- en kleuterleid(st)ers
 

 


Cultuurverschillen en respect

Samengesteld door Aja Vos en drs. Jos Voets, orthopedagoog 
 
Inhoud
1.   Basisbehoeften
2.   Wat is respect?
3.   Verschillende culturen:
a.   Burgerlijke cultuur
b.   Underdog cultuur
c.   De eigen achtergrond van docenten
d.   Hoe ontstaat de underdog cultuur?
4.   De aanpak van problemen
 
Basisbehoeften
Opvoeden in een situatie met culturele en leeftijdsverschillen.
Prof. Stevens gaat in het tijdschrift voor orthopedagogiek uit van 3 basisbehoeften van  leerlingen:
  Relatie (ik hoor erbij, gelijkwaardigheid, welkom)
  Autonomie (ik ben iemand, de moeite waard)
  Competentie (ik kan wat, handelingsbekwaam)
Elk kind maakt deel uit van groepen: gezin, klas subgroep, vrienden.
Elke groep heeft een eigen cultuur, de verschillende culturen kunnen botsen, omdat de verwachtingen/rollen/codes verschillen.
Wanneer je aan de 3 basisbehoeften voldoet wordt respect gegeven/ontvangen.
Stelling:
Je moet weten wat de ander onder respect verstaat om het te kunnen geven.
Als iemand geen respect krijgt gaat hij/zij het ook niet geven.
 
Respect
Als jongeren aangesproken worden op hun gedrag zijn er 3 uitgangsposities m.b.t. respect.
3 betekenissen:
  Inschikkelijk zijn
  Gehoorzaamheidsbetekenis
  Probleemloos accepteren dat je wordt gecorrigeerd.
Vanaf 12-13 jaar is dit een groot probleem.
Onderdanigheid.
Gelijkheidsbetekenis, hierbij wordt niet geaccepteerd, dat iemand boven je staat. Leeftijd en functie spelen geen rol meer (bv. niet opstaan voor ouderen in de bus)
De intimidatiebetekenis van respect.
Respect is ruimte nemen, ruimte eisen, ontzag eisen.
Elke  kritiek is een aanval. Dit soort respect wordt afgedwongen. O.a. door zinloos geweld
Er worden geen grenzen geaccepteerd.
 
Verschillende culturen
Burgerlijke cultuur: cultuur mainstream in Nederland (dominante cultuur)
  Beleefd zijn
  Voorkomend zijn
  Je in discussie rustig gedragen
  Geen geweld maar argumenten gebruiken
  Je verontschuldigen bij gemaakte fouten
  Elkaar laten uitspreken
  Vriendelijk bedanken als je iets hebt gekregen
Straatcultuur=underdogcultuur:  
  Kenmerken hiervan kunnen we tegenkomen in de klas. (Verzet tegen hoofdstroom)
  Zachte burgerlijke eigenschappen zoals overleggen, conflicten uitpraten, empathie tonen zijn catastrofaal voor het overleven
  Anti gezagsverhouding
  Voelen continue minachting en afwijzing
  Ze vinden zichzelf eerlijk en de burgers huichelachtig
  Grote sociale vaardigheden in bang maken en bespelen van burgers
  Ze verraden elkaar niet
  Provoceren
  Ze stralen onverschilligheid uit (cool, geen kleinzerigheid)
  Ze accepteren moeilijk gezag van vrouwen
  Ze laten zich niet onzichtbaar maken
  School en je best doen is truttig
  Rondlummelen, sociaal verveeld zijn
  Crimineel gedrag, samen vernielen en beroven
  Jongeren houden zich aan regels als ze die als eigen regels ervaren.
 
Achtergrond van de docenten
In het leven van een gemiddeld persoon spelen 3 generaties een rol:
  De grootouders
  De ouders
  De eigen generatie.
Voor jongeren zijn dat de babyboomers (grootouders). De generatie X (de ouders) en de generatie Einstein (leeftijdsgenoten)
Alle 3 de generaties groeien op in een andere maatschappij en ze leven volgens normen van hun tijd.
Wat is anders?
  De uitdaging en gevaren in de maatschappij.
  De rol van de kinderen en de jongeren.
  De welvaart en commercie.
  De samenstelling van de bevolkingsgroepen. 
  In informatiemaatschappij (van bib tot internet, van radio t/m t.v. en computer)
 
Schema Dl 1 blz 15/16
Babyboomers
grootouders
Generatie X (ouders en opvoeders)
Generatie Einstein
(kinderen van deze tijd)
1945-1955
1960- 1985
1988-nu
protest
negatief
positief
na-oorlogse wederopbouw
economische depressie
groei, opbouw, welvaart
bomvol idealen
ideologisch vacum
traditionele idealen
geen merken
opkomst merken
overal merken
bevlogen
relativeren
serieus
andere toekomst
geen toekomst
goede toekomst
zoektocht naar persoonlijkheid
persoonlijkheid is constructie
persoonlijkheid is echt
identiteit los van ouders en autoriteit
identiteit is erbij horen
identiteit is oprecht jezelf
Bezetting Maagdenhuis, landing op de maan, moordaanslag JFK
Val van de Berlijnse Muur, treinkaping Assen
09-11! Tsunami, vuurwerkramp in Enschede, kredietcrisis
Flowerpower, provos Vietnam oorlog, vrouwenemancipatie, oliecrisis
kernwapens apartheid, Koude oorlog
Allochtonenbeleid, broeikaseffect, waarden normen
TV cassetterecorder, bromfiets
kleuren tv videorecorder magnetron
mobiele telefoon, computer met internet MP3 speler iPod
internetgebruik
op late leeftijd:
surfen en informatie
geen MSN
Internetgebruik als jong volwassene:
surfen en informatie
steeds meer MSN
internetgebruik
i.p.v. bibliotheek, sociale machine, chatten, selfpublishing, sharing,
continue MSN & SKYPE
losbreken uit gezin
grote gezinnen van enkele ouders
nauwelijks scheidingen
Als kinderen vanzelfsprekend
strakke autoritaire opvoeding
ontworteld gezin
kleiner wordende gezinnen
eerste scheidingen
Als kinderen ongewenst
teugels steeds losser
willen gezin
diverse vormen van gezin (eenouder gezin, samengesteld) Scheidingen meer regel dan uitzondering
gewenste liefdesbabys
overleg en afstemming
 
De Generatie X
Generatie X is ook wel de verloren generatie genoemd. Geen grote idealen, consumptie i.p.v idealen, een duister tijdperk van aids, economische depressie, werkeloosheid, polarisatie van links en rechts.
Er ontstond nihilisme( totdat de bom valt) leven bij het moment.
 
De Generatie Einstein
De generatie daarna wordt de generatie Einstein genoemd omdat:
  Een gevoel beter grip op de wereld te hebben
  Grote behoefte aan echtheid en autonomie en de behoefte aan sterke stabiele verbanden
  Mediasmart
  Verwerken op andere wijze informatie
 
Hoe ontstaat straatcultuur (underdog cultuur)?
  Armoede
  Verslavingen
  Veelvuldige ruzies
  Echtscheidingen
  Nieuwe stiefgezinvormen
  Verhuizing of emigratie
  Tegenstrijdige waarden en gedragsregels vanuit thuis en school
  Deel van een geminachte minderheidsgroep
  Een gewantrouwde godsdienst hebben
  Hormonale en lichaamsveranderingen
  Emotionele verwaarlozing
  Ziektes  en handicaps
  Ouders die de samenleving niet snappen
  Depressieve ouders
  Drukke of inconsequente ouders
 
Hoe gedragen kinderen zich vanuit de straatcultuur tegenover de burgerlijke cultuur?
  Je wordt getest. Ze geven pas respect als je van hen wint  volgens hun regels) Je moet je proberen in te leven
  Ze staan meteen op scherp als je corrigeert
  Als je corrigeert geven ze je het gevoel dat je zeurt
  Ze zullen nooit toegeven dat ze iets fout gedaan hebben
  Ze kennen geen nee, ze gaan maar door
  Ze stralen uit dat ze bereid zijn om geweld  te gebruiken
  Hun toon is brutaal, minachtend
  Ze pakken je op het zwakste punt
  Ze eisen respect maar geven het zelf niet
  Als je ze aanraakt reageren ze alsof je ze in elkaar slaat
  Ze zeggen dat je discrimineert
  Ze weten tot hoever ze kunnen gaan
  Ze neigen tot slachtofferisme
  Ze nemen geen verantwoordelijkheid voor hun gedrag
  Ze maken overal een gevecht van.
 
Aanpak van problemen
Manieren van contact maken en respect geven en ontvangen
 
De karateaanpak
Gedrag wordt als fout beoordeeld en er wordt meteen tegenin gegaan.
In veel gevallen loopt dat helemaal fout. Je maakt mensen klein, dat voelen ze, maar weinig mensen kunnen de karate stijl op een beheerste manier uitvoeren.
De wijze van corrigeren: Karate
  Ik boodschap
  Toon gerriteerd, superieur
  Geen eervolle uitweg geboden
  Gedrag en persoon worden afgewezen
  Gedrag en persoon moeten meteen veranderen
Ook bij de karateaanpak is het belangrijk om de eer  in de gaten te houden
Bij veel overmacht wordt autoriteit geaccepteerd.
Je kunt een uitweg bieden door een keuze te geven (je gaat nu weg of ik waarschuw de politie, ik ga nu de politie bellen, je kunt je rustig laten arresteren of nu weghollen)
Corrigeer altijd onder 4 ogen (dit in verband met gezichtsverlies)
Je toon mag geen irritatie verraden (dit zijn de regels hier op school, als je het daar niet mee eens bent is dit niet de goede school voor je)
 Gezegde: Als je een meute tegenkomt moet je hard blaffen of.met je staart kwispelen!
 
 
De  judoaanpak
Bij judo maakt de vechter gebruik van de beweging (eigenschappen) van de tegenstander (ander) en benut die voor zijn doel.
Hierdoor wordt geen gezichtsverlies geleden, er ontstaat positief en respectvol contact, terwijl de ander afwijzing en tegenstand verwacht.
Er worden geen verwijten over gedrag gegeven (verwijtende houding=oorlog)
Je houdt zelf de regie; wat je  vraagt geldt voor iedereen.
Fiets gestolen, de dief wordt uitgenodigd om te zoeken.
Pesten
Pesten de pester wordt als buddy aangewezen
Kenmerken Judoaanpak:
  Schijnbaar amicale aanpak
  Vertel wat je dwarszit
  Reageer rustig
  Laat pauzes vallen voor je iets zegt
  Houd het kort
  Let op woordkeus
  Geef de ander de kans om te zeggen wat hij wil
  Verwoord wat je ziet: ik zie ik heb gehoord. Door die zinnen komt hij/zij op een ja antwoord uit en voelen zich minder aangevallen
Humor doet wonderen. He mongool., Kees is mijn naam.
Laten uitpraten
Benadruk het gezamenlijke: jij en ik weten allebei dat dit niet hoort
 
Wat kun je als opvoeder doen in geval van crisisinterventie.
  Niet in paniek raken
  Zoek de kansen die deze situatie bewerkstelligt. Elke crisis biedt mogelijkheden om de dingen die je toto nu toe niet voor elkaar gekregen hebt te realiseren: denk i.p.v. ik heb een conflict ik heb nog steeds communicatie.
  Accepteer dat  je in een crisis zit.
  Onderneem niets zonder dat je weet wat je moet doen.
  Probeer je te herinneren hoe je eerdere vergelijkbare problemen hebt opgelost
  Wees flexibel: verplaats je in de toestand van de ander, kijk door het gedrag heen.
  Kalmeer de mensen om je heen, als je dat lukt krijg je respect.
  Je kalmeert doordat je luistert naar wat de ander te zeggen heeft, de ander moet zich gehoord voelen
  In een eventuele strijd om de macht ga je niet mee (wederzijds respect)
  Je wijst gedrag af maar houdt de relatie in stand
  Je vereenzelvigt je niet met de regels, wel met de jongere(n)
  Hoe meer je je met regels  identificeert, hoe meer conflicten je krijgt
  Het gewenste effect krijg je wanneer je laat zien dat je het meent
  Meer je naast iemand opstellen dan er tegenover.
  V.b. iets gestolen in de klas  Docent zegt: wij gaan bewijzen dat dit niet in onze klas gebeurt, allemaal tas open.
 
Algemeen
Stelling: Om contact te maken moet de ander zich begrepen voelen.
Je geeft authentieke aandacht,  respect, hoop op verandering.
Je luistert actief, je staat naast de ander i.p.v. erboven.
Voorbeeld: een leerling is uitgestuurd, is boos, heeft reeds meerdere scholen gehad en vertoont agressief gedrag.
Je begint het gesprek met: Fijn dat je hier nu zit, knap dat je tot nu toe niet agressief geworden bent op deze school.
 
Relaties in de hulpverlening:
Mandaat
Een mandaat is de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, zonder de daarbij behorende verantwoordelijkheid. Een leidinggevende heeft een formeel mandaat door zijn aanstelling ( docent b.v.) Hij kan echter alleen zijn werk doen als leerlingen hem  toestaan de baas over hen te zijn;het materieel mandaat ( Dit noemen we een dubbel mandaat)
 
Type relatie
kenmerken
interventies
Bezoekerrelatie
De leerling, hulpvrager ziet geen probleem
b.v. Leerling is uitgestuurd
zou pestgedrag vertonen, moet naar mentor
nog geen gepresenteerd probleem
nog geen veranderwens
nog geen hulpvraag
nog geen mandaat
vaak gestuurde leerling/ hulpvrager
mandaat verwerven door invoegen (wie en wat is belangrijk voor leerling)
erkennen en complimenteren ( door probleemgedrag heenkijken)
vragen naar doelen doorverwijzer.
vragen naar visie van leerling op doelen doorverwijzer.
Klaagrelatie
b.v. leerling komt klagen omdat hij zich niet kan concentreren ( reageert zelf overal op en heeft geen spullen bij zich)
 
 
 
gepresenteerd probleem
veranderwens: de ander moet veranderen
nog geen werkbare hulpvraag
gedeeltelijk mandaat
mandaat verwerven door invoegen, erkennen en complimenteren ( zie boven)
klachten vertalen in wensen
relatievragen
vragen naar uitzonderingen
Klant relatie
b.v. Leerling heeft een probleem en geeft dit aan
Zou graag naar de hotelschool willen , maar heeft te lage cijfers
gepresenteerd probleem
veranderwens
werkbare hulpvraag
veel mandaat
gewenste toekomst exploreren
doelen verhelderen
 hulpbronnen identificeren
kleine haalbare stappen bepalen
 
Opmerking:
In gezin of team kunnen verschillende typen relaties voorkomen met de verschillende gezins- teamleden
Het type relatie met de leerling/hulpvrager kan in de loop van de behandeling of het gesprek veranderen.
 
In de relatie met de hulpvrager  wordt gewerkt van moeilijk naar mogelijk
Er zijn accentverschillen in de aanpak / begeleidingswijze bij problemen
Bij elke hulpvrager/ leerling moet men zich afvragen welke aanpak de meest efficinte is.
 
 
Traditionele aanpak ( probleemgericht)
Oplossingsgerichte aanpak
Focus op deficinties bij leerlingen
het verleden is belangrijk,
Focus op de bekwaamheden van de leerling/ hulpvrager, op ontwikkelingsmogelijkheden
Focus op doelen die  belangrijk wordt geacht door de deskundige, de expert geeft de antwoorden, het probleem is er voortdurend
Focus op doelen die voor de hulpvrager /leerling belangrijk zijn; toekomst is belangrijk wat kan anders, de expert stelt vragen het probleem is er niet altijd
Focus op belemmerende factoren; er zijn grote veranderingen nodig, diagnosticeer de oorzaak. Nadruk op deskundige aanpak en controle
Focus op exploreren van de gewenste toekomst; een kleine verandering is voldoende als aanzet er wordt ondersteund en de deeloplossing wordt gewaardeerd, de eigen inzet en prestaties van de hulpvrager/leerling zijn belangrijk
Focus op globale benvloeding, expertinzet en ingang zetten
Focus op partnerschap, sterke punten bij de hulpvrager/leerling, uitnodigend
 
De moeilijke klas
Leerlingen vinden het belangrijk om:
         Respect te krijgen voor hun mogelijkheden, ze verwachten dat leraren op hen afstemmen
         Ze willen persoonlijk aangesproken worden en niet collectief
         Ze willen geholpen worden om volwassen te worden en willen niet klein gehouden worden.
         Het probleem kan zijn dat leerlingen ontmoedigd zijn: een storende leerling is een ontmoedigde leerling; kinderen worden regelmatig opgevoed met de gedachte dat een bijdrage aan het welzijn van het gezin en de gemeenschap niet van hen verlangd wordt. Ze voelen zich onzeker te midden van anderen en nemen toevlucht tot sociaal nutteloos en in de ogen van de burgerlijke cultuur negatief gedrag om zich van betekenisvolheid te verzekeren, of om terugval naar een onbetekenende status te vermijden
 
 AANPASSINGSVORMEN van de leerling
Doel 1
aandacht
Gedachte: Ik stel niet veel voor, maar ik zal op zijn minst niet over het hoofd gezien worden als het mij lukt voortdurend de aandacht te krijgen
Doel 2
macht
Gedachte: Ik ben dan misschien geen winnaar, maar ik kan zal de mensen laten zien dat ze me niet de baas kunnen, of dat ze me kunnen dwingen
Doel 3
wraak
Gedachte: De mensen hebben geen zorg voor me, maar ik kan dingen doen om terug te slaan als ik gekwetst word
Doel 4
Vertoon van onvermogen
Gedachte: Ik zal niet kunnen meekomen, maar als ik niets doe, laten de mensen me misschien met rust
 
Respect voor eigenheid
Bij doel 1 hebben we als leerkracht het gevoel dat de leerling voortdurend de aandacht trekt, ons wil inschakelen, ons claimt.
Bij doel 2 voelen we ons uitgedaagd en hebben we het gevoel van Wie is er hier nu eigenlijk de baas , de leerling of ik
Doel 3 kan ons in boosheid doen ontvlammen als we niet oppassen, omdat de leerling tot agressief, destructief en gemeen gedrag komt
Bij doel 4 moet hemel en aarde bewogen worden om een leerling tot activiteit te brengen.
 
De doelen  van aanpassing ontstaan gedurende de eerste vier tot vijf levensjaren van het kind.
Als het kind in zijn streven naar macht wordt gekleineerd kan dat als kwetsend ervaren worden. Het kind kan het gevoel krijgen dat het overbodig is en niet meetelt in de omgeving waarin het zich veilig zou moeten voelen. Vanuit die gekwetstheid kan het woede gaan botvieren op iedereen die in de buurt komt, of zo ontmoedigd raken dat ze geen enkel initiatief meer tonen.
Het is uiterst belangrijk om de leerling weer tot participatie te brengen en daarbij vereist ieder doel een andere aanpak
Elke persoon wil iets te betekenen hebben, een plaats hebben, meetellen te midden van anderen
 
Oplossingsgericht denken:
Vragen die je kunt stellen: waarbij je de verantwoordelijkheid niet overneemt
         Wat wil je bereiken op school?
         Wat wil je leren?
         Waar wil je verantwoordelijk voor zijn
         Wat wil je dat anderen over je zeggen?
         Wat is denk je de beste manier om je zorgen te verlichten?
         Welke bijdrage denk je te kunnen leveren aan een oplossing?
         Hoe wil je dat je b.v. erover een jaar voorstaat?
 Tips:
         Als iets niet  werkt, leer ervan en doe iets anders ( soms blijven mensen  op dezelfde manier optreden in de hoop dat het antwoord deze keer anders zal zijn)
         Als iets wel of beter werkt doe er meer van
         Als iets blijkt te werken, leer het ( van/aan) iemand anders
 
Omgaan met weerstand
Het niet opvolgen van een welgemeend advies wordt vaak als weerstand geduide
Bij oplossingsgericht werken wordt ervan uitgegaan dat weerstand aanvullende informatie biedt aan de hulpgever: De ander laat ons weten dat de manier waarop we een oplossing aanbieden of de oplossing zelf op dit moment niet erg nuttig is.
Telkens als je weerstand ontmoet kun je je afvragen:
         Wat wil de ander me vertellen?
         Welke aanwijzingen wil hij me geven?
         Heb ik voldoende informatie verstrekt?
En complimenteer je tegenstrever met alles wat wel bruikbaar
 
NB: Is daarmee ook de onwillige klas getemd??????
Nee, het is goed om op je strepen te staan, maar evengoed naef om het daarbij te laten.
 Kijk en luister naar wat anderen te zeggen hebben
Je hoeft adviezen niet klakkeloos over te nemen, maar evenmin het wiel opnieuw uit te vinden.
Ouders inschakelen?
Probeer contact met ouders te onderhouden als er nog niets aan de hand is.
Wees een autoriteit in kleding en optreden.
Leg contact: nadruk op gemeenschappelijke basis (Fijn dat u gekomen bent en het belangrijk vindt dat het goed gaat met uw kind)
Verwacht bij schaamtevolle onderwerpen: ontkenning. Verminder in dit geval het gezichtsverlies
Vraag medewerking!
Na 16-17 jaar heeft inschakelen weinig zin.
 
Aja Vos
Drs. Jos Voets, orthopedagoog
 
Geraadpleegde literatuur :
-    Respect
Hans Kaldenbach   
Uitgeverij Prometheus Amsterdam
ISBN 978 90 446 0706 2
-   Oplossingsgericht werken in het onderwijs
Louis Caufman
-   Generatie Einstein
Jeroen Bosma en Inez Groen
Uitgeverij Pearson education Benelux
ISBN 978 90 430 1094 8
-   Tijdschrift voor orthopedagogiek 11 november 2009
Parameters in de dynamiek van edicatief partnerschap, door Annemiek Broerse en Lucie Spreij
-    De moeilijke klas
Jeroen Petri, Judith van Rooij en Liebeth Wrdeman
Uitgeverij Garant
ISBN 90 441 1288 0
 
Aanbevolen literatuur voor praktische toepassing van klassenmagement :
-    Positive Behavior Support. Goed gedrag kun je leren.
Annemieke Golly en Jeff Sprague
Uitgeverij Pica
ISBN 978 9077 6713 13
 
HOME (www.orthopedagogiek.com)

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright 1998
Last modified: 13/11/2016