Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 

 


Dyslexie is een ernstige leesstoornis (Vroeger sprak men van "woordblind")

Het is goed om te weten, dat er veel verschillende meningen zijn over "dyslexie". Ik ga er zelf vanuit dat een kind met dyslexie een ernstige stoornis heeft op het gebied van lezen en ondanks alle behandelingen grote moeite blijft houden met lezen en schrijven van woorden.

Dyslexie diagnostiek

U dient ook onderscheid te maken tussen een woord- en spellingszwak kind (een pseudo- dyslectisch kind) enerzijds en een dyslectisch kind anderzijds

DIAGNOSTIEK: advies van het ministerie van onderwijs en wetenschappen.

(Dyslexie, een praktische gids voor scholen voor voortgezet onderwijs, augustus 2002)

Een goede diagnose bestaat uit 3 onderdelen:

  1. De onderkennende diagnose
  2. De verklarende diagnose
  3. De handelingsgerichte diagnose.

De onderkennende diagnose bevat 5 criteria waaraan moet worden voldaan:

  • Achterstand: het vaardigheidsniveau van lezen en/of spellen ligt significant onder dat van leeftijdsgenoten in een relevante vergelijkingsgroep.
  • Gebrek aan nauwkeurigheid en/of snelheid (traag tempo, veel fouten)
  • Voldoende gelegenheid tot leren (ondanks didactisch goed geplande aandacht, doublure extra oefening) 
  • Hardnekkigheid; ook na remediŽren blijft de achterstand.
  • Tekort in de automatisering: opmerkelijke daling van kwaliteit in de taakuitvoering wanneer twee taken tegelijk worden verricht (spellen en stellen bv), spellen en lezen moeilijker van niveau wordt, onder spanning of tijdsdruk wordt gewerkt.

lezen: getoetst wordt op woord en tekstniveau.

Is er sprake van achterstand? 

De mate van achterstand, korte beschrijving van het leesgedrag m.b.t. tempo en nauwkeurigheid (tempo laag, groot aantal fouten, radende spellende leesstijl)

spelling: 

Spellingsachterstand, mate van spellingsachterstand, korte beschrijving van het spellingsgedrag (m.b.t. tempo) leesbaarheid, soorten fouten en aantal fouten.

Er kan sprake zijn van een zwakke, niet geautomatiseerde woordbeeldidentificatie. Er kunnen problemen zijn met de automatisering van schriftbeeldvorming.

De verklarende diagnose bevat 3 kenmerken waaraan voldaan moet worden.

  1. Ze bekijkt of er tekorten aantoonbaar zijn in de fonologische klankverwerking
  2. Tekorten in de toegankelijkheid van taalkennis in het bijzonder en de kennis t.a.v. symbolen (natuurkunde wiskunde)
  3. Tekorten inde automatisering van complexe vaardigheden

De uitspraken worden gedaan op basis van gegevens die verkregen zijn met controleerbaar betrouwbare psychodiagnostische instrumenten en procedures

Aangegeven moet worden dat de stoornis niet het gevolg mag zijn van omgevingsfactoren, zoals een tekort aan onderwijs of van onderwijs op een te hoog niveau.

  • Tekorten in de fonologische verwerking: Het gaat om onderzoek van identificeren van klanken, manipuleren met klanken, mogelijkheid tot analyseren en synthetiseren.
  • Tekorten in de toegankelijkheid van taalkennis en kennis van symbolen. Opsporen van woordvindmoeilijkheden, snel benoemen van plaatjes; cijfers/letters, kleuren, namen letterkennis (snelheid 20 sec. bij oplezen, 27 seconden bij flitsen)
  • Integratie van modaliteiten en/ of deelprocessen verloopt moeizaam: koppeling van visueel naar auditief en omgekeerd, visueel- vsueel en auditief-auditief.. Het gelijktijdig toepassen van meerdere vaardigheden  vertraagt het decoderingsproces en leidt tot fouten

De handelingsgerichte diagnose heeft tot doel aangrijpingspunten voor behandeling vast te stellen, die leiden tot een oplossing of vermindering van onderwijsbelemmeringen

Onderscheid wordt gemaakt in taakrelevante aangrijpingspunten en taakgerichte aangrijpingspunten.

Taakrelevante aangrijpingspunten: frustratie van talent, aan en afwezigheid van compensatiemogelijkheden, het sociaal- emotioneel functioneren en al dan niet voorkomen van leer-en werkhoudingsproblemen.

Taakgerichte aangrijpingspunten: keuzes m.b.t. remediŽren, compenseren en dispenseren.

Compensatiemogelijkheden: letten op: cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, emotionele stabiliteit, motivatie, algemeen taak-aanpak gedrag, meta-cognitieve vaardigheden, leesredzaamheidstrategieŽn.

Taakgerichte behandelpunten :

Toelichting waarom dit voor de leerling opgaat Te denken is aan:

  • Specifieke ontwikkelingsstoornissen en zintuiglijke problemen.
  • Stimuleren : boekpromotie, functioneel lezen, plezier lezen, het nut van schrijven.
  • RemediŽren: zwakke punten in het beheersingspatroon aanpakken
  • Compenseren: gebruik maken van de sterke punten: gebruik maken van de context bij lezen, inspelen op specifieke interessen, functioneel lezen (recept, handleiding apparaat, sollicitatie)
  • Dispenseren: vrijstelling geven.

Taakrelevante behandelingspunten:

Toelichting waarom dit punt voor deze leerling opgaat Te denken is aan:

  • leesattitude
  • relevantie van lees/spellingsvaardigheid voor de leerling
  • vergroten van de leeswoordenschat
  • aanpakgedrag
  • problemen bij vakken
  • problemen in psychosociaal functioneren
  • taalontwikkelingsproblemen en woordenschatverwerving
  • problemen als gevolg van leerstoornissen op andere gebieden of co-morbiditeit
  • beperkte meta-cognitieve vaardigheden

Als op alle 3 niveaus onderzoek is gedaan volgt de conclusie: dyslexie.

Diagnostiek volgens Dumont

Dumont pleit in het boek: Dyslexie theorie, diagnostiek, behandeling voor een volgend onderzoek bij dyslexie:

∑        Achterstand vast stellen in lezen en spellen
∑        Intelligentieniveau vaststellen
∑        Taalproblemen nader onderzoeken
∑        Mogelijke oorzaken vaststellen

Belangrijk  hierbij is:

  • Bepalen wat het probleem van de leerling is en of er sprake is van dyslexie.
  • Het probleem moet afgegrensd worden van andere mogelijk lijkende problemen.
  • De oorzaak van de problemen moet worden vastgesteld.
  • Een behandelingsplan moet kunnen worden opgesteld.

Het diagnostisch proces kent volgens Dumont twee aspecten n.l. het afnemen van de anamnese en het toepassen van tests om bij het kind vast te stellen welke de actuele stand is van functies, capaciteiten, prestaties.

Hieronder vallen:

  • Intelligentieonderzoek
  • Leervoorwaardenonderzoek
  • Schoolvorderingen

Onder de anamnese verstaat Dumont in kaart brengen van:

  • De persoonsgegevens en persoonsgeschiedenis (motoriek, emotionele sociale ontwikkeling.)
  • Schoolgegevens en schoolgeschiedenis.
  • Medische voorgeschiedenis.
  • Ontwikkeling van taal en voorwaarden voor lezen en spellen.
  • Gezinsgeschiedenis.

De anamnese komt tot stand in samenwerking met ouders, onderwijzers.

Onder het diagnostisch onderzoek vallen:

  • Medisch neurologisch onderzoek : arts, schoolarts, specialist
  • Intelligentieonderzoek: psycholoog, orthopedagoog
  • Onderzoek van de voorwaarden en functies, die met lezen en spellen samenhangen, met name de taalvaardigheid : psycholoog, orthopedagoog
  • Neuropsychologisch onderzoek : idem
  • Onderzoek van het lezen en spellen: idem
  • Onderzoek van de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind en van het opvoedingsmilieu: idem

Anamnese:

De taalontwikkeling neemt een speciale plaats in.
∑        Verstaanbaar praten
∑        Uitspreken van bepaalde woorden
∑        Het onthouden van woorden en vinden van woorden
∑        Vloeiendheid bij woordvorming en zinsbouw.
∑        Het maken en of/ onthouden van rijmpjes, versjes, liedjes.
∑        Spraak in het algemeen.

Diagnostisch onderzoek:

  • Medisch neurologisch onderzoek: we kennen het regelmatig onderzoek van de schoolarts. In de toelatingsprocedure tot speciaal onderwijs is er een gericht voor onderzoek. Specifieke vragen betreffen : vragen naar MBD, bewustzijnsschommelingen, energie- en stofwisselingstoestand, concentratieproblemen, waarnemingsstoornissen.
  • Intelligentieonderzoek. Het niveau vaststellen is noodzakelijk. De eerste functie is vast te stellen of de prestaties van het kind al of niet overeenkomstig de capaciteiten zijn.

           Dumont gaat uit van intelligentieprofielen bij dyslexie. 

In Dyslexie 1990

gaat hij nog uit van een verschil van 15 punten tussen verbaal en performaal IQ . Performaal zou het hoogst gescoord worden, concentratie het laagst en het verbale zou er tussen in zitten. In Leerstoornissen deel 1 1994 beschrijft hij onderzoeken van Fletcher en Satz , van der Vlugt. Waarbij weer andere profielen te voorschijn komen. Indelingen in subgroepen staan ter discussie.                                                         

  • Onderzoeken van de voorwaarden en functies, die met lezen en spellen samenhangen; met name taalvaardigheid. Niet voor alle onderdelen bestaan tests, en het is ook niet mogelijk alle onderdelen in een onderzoek samen te brengen.

In het volgend overzicht geeft Dumont weer welke onderdelen voor lezen en spellen het meest relevant zijn: nadruk op temporele orde waarneming (intra -en intermodaal leren ) de auditieve voorwaarden (analyse synthese, combinatie, woordherkenning enz.) en het morfologische aspect. (syntaxis, semantiek, woordenschat)

  • Neuropsychologisch onderzoek: Relaties tussen hersenen en gedrag wordt vastgesteld.Gezocht wordt naar  een verklaring voor bepaalde afwijkingen: MBD, attentiestoornissen, taalstoornissen, cognitieve stoornissen en leerstoornissen.Hierbij wordt bekeken d.m.v.tests: het gewaarworden en sensorische herkenning, visuele waarneming, motoriek, de taal- psycholinguistische functie, cognitie.                   
  • Onderzoek van het lezen en spellen. Informeel: d.m.v. gegevens van school. Formeel:

Letters lezen, woorden lezen, zinnen lezen, tekst lezen, stillezen.

Belangrijk is dat men de volgende gegevens verzamelt:

1.  op welk procesniveau het lezen zich bevindt; voorbereidend , aanvankelijk, beginnend, spellend, herkennend, de context benuttend.
2.   Wat de geschatte omvang is van het aantal woorden dat herkennend gelezen wordt.
3.   of het kind impliciet de leesregels kent, expliciet de aangeleerde leesregels toepast.
4.   of er sprake is van contextbenutting op het niveau van zinnen, verhalen.
5.   of er sprake is van aarzelend, tastend lezen.
6.   wat de fouten zijn die het kind op woordniveau maakt, gezien de foutenanalyse
  • Voor spelling worden afgenomen: een letterdictee, een woorddictee, een zinnendictee, een geschreven verhaal
  • Bij onderzoek naar de persoonlijkheidsontwikkeling geeft Dumont  geen test aan, alleen oriŽntatiepunten. 

 

Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 10/9/2017