Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
 
 

 


WAIS-III: DE KWALITEIT VAN DE NORMEN

DR. M.M. SPAN

SAMENVATTING.

Het verschijnen van de technische handleiding van de WAIS-III, tezamen met de groeiende ervaring met het gebruik van de test, heeft nogal wat kritische commentaren tot gevolg gehad in de Psycholoog. In een recente mailing aan onze klanten hebben we aangekondigd dat we snel duidelijkheid over ons standpunt ten aanzien van de discussie rond de normering van de WAIS-III wilden geven. Dit gaan wij doen door een artikel ter publicatie aan te bieden aan de Psycholoog. In dit artikel willen wij als testontwikkelaar en uitgever van de Nederlandse versie van de WAIS-III ingaan op deze kritiek, aangeven wat onze standpunten zijn in deze discussie en aantonen dat de normgegevens van de WAIS-III valide zijn, ook in situaties waarin belangrijke persoonlijke beslissingen voor cliënten kunnen volgen. Deze mailing heeft als doel de inhoud van dit artikel samen te vatten, zodat ons standpunt bij u bekend wordt, en u niet hoeft te wachten op het verschijnen van de Psycholoog.

In grote lijnen kunnen de commentaren in twee gerelateerde onderwerpen worden ingedeeld. Op de eerste plaats zijn de verschillen in scores tussen de WAIS en de WAIS-III een bron van zorg (van der Laan & Oswald, 2001) en op de tweede plaats worden er vraagtekens gezet bij de steekproef die de basis vormt voor de hernormering( Derksen & Katzko, 2002, Tellegen,

2002).

1. DE KWALITEIT VAN DE NORMGROEP

Hoewel Derksen en Katzko (2002) vaststellen dat de verdeling van de opleidingsniveaus in de steekproef goed overeenkomt met de populatie, vindt met name Tellegen (2002) grote verschillen in opleidingsniveau.

Gedurende een uitvoerig telefoongesprek met de heer Tellegen, voorafgaand aan zijn publicatie (Tellegen, 2002), is door Swets Test Publishers aangegeven dat er een aantal afwijkingen van de opleidingsniveaus in de normgroep met de CBS gegevens is aan te wijzen. Bij de bepaling van de normgroep is getracht de Amerikaanse groepsindeling aan te houden (aantal jaren opleiding). Dit heeft tot gevolg gehad dat Havisten en MBO-ers in één groep zijn geplaatst.

De uiteindelijke opdeling laat echter zien dat in deze groep de Havisten oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van de MBO-ers. Tussen de MAVO- en VBO-groep doet zich in mindere mate een soortgelijke situatie voor. Er is dus geen sprake van een te hoog opgeleide normgroep maar er is wel degelijk sprake van een ongewenst verschil1.

Als we naar de gemiddelde IQ-scores op de WAIS-III kijken van de Havisten en de MBO-ers in de normgroep, bestaat er een verschil in Totale IQ-scores (TIQ) van 4.4 punten. Het verschil in IQ tussen MAVO en LBO is iets groter. Dit betekent concreet dat als in plaats van alle MBO’ers en alle LBO’ers er mensen met een HAVO of MAVO diploma zouden zijn opgenomen in de normgroep er een verschil van 2-4 IQ punten met de ware score wordt verwacht (als er geen andere groepen in de normgroep zouden zitten). Gezien de omvang van de volledige groep is onze verwachting dat het netto effect rond de 2 punten zal liggen.

Door weging toe te passen op de opleidingsgroepen hebben wij deze verwachting kunnen valideren.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat een test als de WAIS-III met normen moet worden geleverd die zo nauwkeurig mogelijk overeenkomen met de populatie.

In de nabije toekomst zal dan ook een aanvulling op de normgroep worden verzameld waardoor deze een zo goed mogelijke afspiegeling biedt van de huidige populatie.

Tellegen (2002) merkt verder terecht op dat er grote verschillen in absolute prestatie en leeftijd bestaan. Bij de publicatie van de aanvulling van de normgroep zal Swets Test Publishers dan ook trachten extra leeftijdsgroepen op te nemen (met name daar waar de leeftijdgerelateerde effecten het grootst zijn). Dit zal inhouden dat bij de berekening van de normtabellen voor de WAIS-III er ook gebruikgemaakt zal worden van regressietechnieken (Laros & Tellegen, 1991).

2. HET FLYNN-EFFECT

In de Psycholoog (Derksen & Katzko, 2002, van der Laan & Oswald, 2001) wordt Swets Test Publishers verweten dat zij de verschillen tussen de scores op de WAIS en de WAIS-III te makkelijk wijten aan het Flynn-effect (Uterwijk, 2001a, 2001b). Helaas kunnen wij niet anders dan vaststellen dat het grootste verschil in IQ niet te verklaren is uit de te kleine steekproef

(Derksen & Katzko, 2002) of uit verschillen tussen de steekproef en de populatie (Tellegen, 2002).

Bij de psychometrische validering (Wechsler, 2001) van de WAIS-III wordt een inschatting gemaakt van het Flynn-effect door de WAIS bij een groep mensen af te nemen na de afname van de WAIS-III met een interval van tussen de 2 en 12 weken. Het absolute verschil in gemiddeld TIQ bleek hier 19.8 punten. Doordat de WAIS na de WAIS-III werd afgenomen is er

sprake van een leereffect. De vaste afnamevolgorde leidt tot een overschatting van het gemiddeld TIQ van de WAIS, en zo van het Flynn-effect. Bij een herhaalde afname van de WAIS-III, drie tot twaalf weken na de eerste afname, bleek het gemiddelde TIQ gestegen naar 106.8 (van 101.3). Als het leereffect van de WAIS-III naar de WAIS dus even groot is als dat van een

hertest (wat onwaarschijnlijk is, gegeven de verschillen tussen de tests) blijft er nog een verschil van 14.3 IQ punten over.

Uit reacties van gebruikers van de WAIS-III maken wij op dat het in de praktijk gevonden

verschil vaak tussen de 15 en 20 punten ligt. Dit verschil is het verwachte verschil volgens Flynn (Derksen & Katzko, 2002).

Wij zijn ons bewust van het feit dat het verschil in IQ score tussen nieuw genormeerde en verouderde tests een probleem vormt in de praktijk. Dit probleem is echter door auteurs, testconstructeurs en uitgevers niet op te lossen. Zij kunnen slechts proberen de normering zo goed mogelijk uit te voeren en in de toekomst eerder tot hernormering over te gaan.

3. CONCLUSIE

De normen van de WAIS-III zijn voor verbetering vatbaar. Er bestaat een duidelijk verschil in opleidingsniveau tussen de normgroep en de populatie. Het is echter een simplificatie om te stellen dat de normgroep te hoog opgeleid zou zijn (Tellegen, 2002).

Het gebruik van Amerikaanse normen voor de berekening van IQ scores van de Nederlandse populatie (Derksen & Katzko, 2002) is ten strengste af te raden: de opleidingsniveaus in de Verenigde Staten wijken veel meer af van de Nederlandse populatie dan de normgroep.

Het is opmerkelijk dat deze suggestie gedaan wordt als conclusie van het artikel waarbij juist de grote verschillen tussen de Nederlandse en de Amerikaanse versie van de WAIS-III worden geaccentueerd.

Zo ook

is de conclusie dat een intelligentietest die bedoeld en genormeerd is voor kinderen een bruikbaar alternatief is, een op zijn minst opmerkelijke conclusie van het artikel dat leeftijdgerelateerde verschillen in absolute prestatie als onderwerp heeft (Tellegen, 2002).

De ruwe score op een IQ test is gevoelig voor veroudering (Tellegen, 2002, Tabel 2), hetgeen duidelijk aangeeft dat er tabellen nodig zijn die corrigeren voor dit effect. Het gebruik van tabellen voor 17 jarigen voor een volwassene kan volgens de door Tellegen getoonde

tabel 48 IQ punten te laag uitvallen voor een 67 jarige.

De normgroep van de WAIS-III is een veel betere afspiegeling van de huidige populatie dan de normgroepen van ieder andere in Nederland verkrijgbare intelligentietest. Op dit moment is er in Nederland dan ook geen beter instrument op de markt om intelligentie te meten bij volwassenen dan de WAIS-III.

Dit ontslaat ons als uitgever echter niet van de verantwoordelijkheid de thans beschikbare normgegevens snel verder te verbeteren. Wij zijn voornemens hier nog dit jaar mee te beginnen waarna de verder aangepaste normen in de loop van volgend jaar kunnen worden verwacht.

We hebben in deze mailing gepoogd aan te geven dat de normen zoals ze nu bestaan valide zijn, ook in situaties waarin belangrijke persoonlijke beslissingen voor cliënten kunnen volgen, en dat er niet verwacht wordt dat de normen na de aanpassing ingrijpend zullen veranderen.

 

REFERENTIES

Derksen, J., & Katzko, M. (2002). WAIS-III: enkele kritische notities. de Psycholoog (37), 460–462.

Laros, J., & Tellegen, P. (1991). Construction and validation of the SON-R 5 1/2–17, The Snijders-Oomen Nonverbal Intelligence Test. Groningen: Wolters-Noordhoff.

Tellegen, P. (2002). De kwaliteit van de normen van de WAIS-III. de Psycholoog (37), 463–465.

Uterwijk, J. (2001a). De nederlandstalige bewerking van de WAIS-III, psychodiagnostisch gereedschap. de Psycholoog (36), 288–293.

Uterwijk, J. (2001b). WAIS-III in discussie, reactie Swets. De Psycholoog (36), 678.

van der Laan, E., & Oswald, H. (2001). WAIS-III in discussie. de Psycholoog (36), 677–678.

Wechsler, D. (2001). WAIS-III, nederlandstalige bewerking: Technische handleiding. Lisse: Swets Test Publishers.

SWETS TEST PUBLISHERS, LISSE (Inmiddels overgenomen door www.Peason-nl.com

E-mail adres: gezondheidszorg@swets.nl (vervallen)

 

 

1 In het conceptartikel dat is aangeboden aan de Psycholoog worden de exacte gegevens over de steekproef, de CBS-gegevens en het verschil tussen beide in tabelvorm verstrekt.

 

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 30/06/2017