Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 
www.rijsimulatorlessen.nl (Autorijschool P. Eckhardt te Boxtel e.o.)
 
 

 


Faalangst en Verlegenheid

Faalangst

Wat is faalangst en op welke gebieden doet de angst zich voor?

Faalangst is een speciale vorm van angst die optreedt bij het leveren van prestaties.

Faalangst: er is sprake van faalangst indien een kind als gevolg van zenuwen duidelijk anders presteert dan op basis van capaciteiten verwacht wordt.

Bij het leveren van prestaties stelt de omgeving eisen, maar ook het kind stelt zich eisen.

Er worden 3 soorten verschillende faalangst onderscheiden (afhankelijk van de taak die verwacht wordt)

*       Cognitieve faalangst: dit betreft angst bij beoordeling van cognitieve prestaties

*       Sociale faalangst: angst bij door mensen beoordeeld worden m.b.t. groepsgedrag

*       Motorische faalangst:angst bij beoordeeld worden op handigheid

Van faalangst kan alleen gesproken worden wanneer iemand prestaties moet leveren conform zijn/haar mogelijkheden.

Welke zijn de gradaties van faalangst?

Gradaties van faalangst zijn:

Positieve faalangst: Het eindresultaat is goed, maar de inspanningen er om heen zijn niet naar evenredigheid.

Negatieve faalangst: Het eindresultaat is minder dan verwacht, de inspanningen zijn onevenredig groot.

Wat ligt ten grondslag aan het angstig worden?

Angstig zijn of worden:

Dit heeft op de eerste plaats te maken met bedreiging van de basisveiligheid.

Faalangst treedt op in een bepaalde toestand, d.w.z. is niet de hele dag aanwezig (bij taaksituaties). Dit staat tegenover angst als karaktertrek (eigenschap), de angstbeleving  heeft de overhand in het leven van de desbetreffende persoon. Alles wat gedaan of gezegd wordt, is bepaald door angst.

Wat merk je van faalangst?

Faalangst is een gevoel, dus niet altijd zichtbaar.

Gevoelens worden door gedachten opgeroepen.

Welke uitingen van gedrag worden waargenomen?

Sociale faalangst

Gedachten en gevoelens worden  vertaald in gedrag: zweten, blozen, beven, buikpijn, misselijkheid, overgeven, hyperventilatie, huilen, wegkijken, verstarren, stil, teruggetrokken gedrag, druk, nerveus, onrustig, clownesk gedrag, agressief,  brutaal gedrag.

Cognitieve faalangst

Dichtklappen, uitspraken over niet kunnen en niets verwachten, reacties op resultaten, onrust, weinig concentratie, erg lang over iets doen, zich ergens vanaf maken (cognitieve faalangst)

Faalangst en zelfwaardering: wat merk je op in het gedrag?

Faalangst heeft ermee te maken hoe een persoon zichzelf ziet en waardeert.

Het zelfbeeld ontstaat door het eigen lichaam te onderscheiden van andere objecten en het te waarderen. (vanaf babytijd). Ouders, leerkrachten, familie, medeleerlingen, vrienden beïnvloeden het beeld tegelijkertijd en nadien.

Kinderen die tevreden zijn:

*       Presteren goed

*       Zoeken contact met anderen

*       Nemen initiatieven

*       Zijn onafhankelijk

Kinderen met een negatief zelfbeeld:

*       Geven snel op

*       Trekken zich terug

*       Vertonen weinig initiatief

*       Kunnen angstig en depressief zijn.

Faalangst en waarde gebieden: wat spelen waarde gebieden voor een rol?

Wat iemand belangrijk vindt noemt men waarde gebieden

Belangrijk in dit verband zijn; prestaties, vriendschap, herinneringen, toekomstplannen.

Ze bepalen de streefrichting en het gedrag mede.

Er zijn twee grondmotieven van waaruit gehandeld wordt;

Grondmotief 1: (Hierbij is cognitieve faalangst in het geding)

*       gericht op bevestiging van zichzelf, waardoor iemand in staat is invloed uit te oefenen op zijn omgeving

Grondmotief 2 : (Hierbij is sociale faalangst in het geding)

*       Zoeken naar eenheid en verbondenheid met iemand.

Faalangst en motivatie: Welke rol speelt motivatie bij faalangst?

Een persoon kan pas succesvol zijn als hij kan en wil.

Motivatie is niet altijd af te lezen aan het gedrag.

Als je iets te goed wilt doen kan het verkeerd gaan, je kunt zelfs te sterk gemotiveerd zijn.

1.    De persoon evalueert de situatie; voelt zich hierdoor gespannen en bedreigd.

2.    Deze evaluatie beïnvloedt de perceptie op de situatie; de persoon kan niet goed de belangrijke punten meer overzien, waarnaar gehandeld moet worden.

3.    De persoon vertoont een faalangst reactie; geeft een inadequaat antwoord

4.    De persoon gaat over tot negatieve cognitieve herwaardering: stelt zich te weer, probeert te ontkomen, gaat b.v. nooit meer confrontatie uit zichzelf aan.

Cognitieve herwaardering en faalangst: Wat is de rol van herwaardering bij faalangst?

Een succes gemotiveerde persoon voelt zich anders en legt succes en falen anders uit dan een mislukkinggemotiveerde persoon.

S(ucces) persoon: hoopt op basis van vorige ervaringen een goede prestatie te leveren, stelt doelen niet te hoog, schrijft succes toe aan bekwaamheid

M(mislukking) persoon: is vaak heel goed gemotiveerd, kan urenlang blokken, vindt uit zichzelf dat er geen misser mag komen, probeert op basis van vroegere ervaringen mislukkingen te voorkomen, stelt daarbij te hoge doelen, piekert, is angstig, gaat over op afleidingsmanoeuvres, behaalt tegenvallende resultaten, heeft weinig vertrouwen in eigen bekwaamheid.

Bij sociale faalangst speelt het besef al dan niet invloed uit te kunnen oefenen op de omgeving een rol.

Een paar factoren zijn van belang bij het mislukken.

*       De opdracht was te zwaar.  Het kind kon de opdracht niet aan.

Misschien is het kind er nog te jong voor, misschien loopt hij wat achter op de anderen.  De opvoeder meent dat het kind iets welk kan en geeft het een bepaalde opdracht.  Het kind beantwoordt niet aan de eisen en de opvoeder wordt kwaad.  Dit zal vooral gebeuren als het meerdere malen voorkomt.

*       Heftige negatieve reacties op mislukkingen:

De opvoeder kan uitvallen, maar ook snel nagaan wat er aan de hand is en bijvoorbeeld zeggen dat het niet erg is, dat het toch wel erg moeilijk is, dat het laat is of dat het aan de opvoeder zelf lift, dat de opvoeder dit niet had mogen eisen, enz.  De opvoeder kan de schrik van het kind verminderen door allerlei rustige woorden te uiten en het kind op zijn gemak te stellen. 

*       De opdracht duurt te lang:

Het kind heeft een korte aandacht boog en is vaak snel vermoeid.  Daar moet men rekening mee houden.  Als iets te lang gaat duren, moet het kind wel falen, omdat het geen zin meer heeft. 

Een slechte lichamelijk conditie, onduidelijke situaties, merken dat men geen tijd voor je heeft, een lage intelligentie, een geringe algemene ontwikkeling.… zijn nog factoren die vlugger kunnen leiden tot het hebben van ‘faalangst’. 

Aandachtspunten voor begeleiding zijn:

Vanuit het gezin is het belangrijk dat:

*       Een persoon onvoorwaardelijk wordt geaccepteerd (veilig klimaat)

*       Om leert gaan met succes en mislukking

*       Niet te grote nadruk ligt op het leveren van hoge prestaties

Op school is het belangrijk dat:

*       Er sprake is van een goede interactie tussen leerling en leerkracht

*       Er sprake is van een veilig klimaat

*       Een goede communicatie met andere kinderen

*       Vriendelijkheid

*       Een goede wijze van voorleggen van leerstof

*       Een goede wijze van beoordelen

Accepteer het kind zoals het is, maar help het inzicht te krijgen in wat het eigenlijk wil en nog niet kan waarmaken

Verlegenheid

Wat betekent verlegenheid in de ogen van volwassenen en van het desbetreffende kind zelf?

Volwassenen vinden een schuchter kwetsbaar kind schattig. Het kind zelf is verbijsterd, gefrustreerd en boos op zichzelf vanwege de angst.

Een verlegen kind vermijdt nieuwe uitdagingen en zoekt een veilige plek, b.v. op moeders schoot of aan de rand van de speeltuin.

Door dit te doen, vermindert tijdelijk de angst en het versterkt de beslissing om stress te ontlopen. Hij hoeft niet…. Zo leert het kind om zichzelf als verlegen te behandelen en te beschouwen.

Noem aanleidingen tot verlegenheid?

Aanleidingen tot verlegenheid zijn:

*       Nieuwigheid of nieuwe omgeving (b.v. eerste schooldag, schoolkampen en feestjes)

*       Onvoorspelbaarheid (feestje met onbekende mensen, scheiding of andere familieproblemen.

*       Waarde bepaaldheid (spreken in het openbaar, puberteit

Angst en gebrek aan zelfvertrouwen beïnvloeden het gevoel van eigenwaarde, de sociale vaardigheden en het onderscheidingsvermogen.

Verlegen kinderen voelen zich de hele dag gespannen, ze voelen zich niet op hun gemak wanneer ze alleen al denken aan iets dat onprettig lijkt

Kenmerken van een verlegen kind zijn:

*       Gespannenheid

*       Ontloopt kinderen

Heeft vaak nachtmerries.

Vaak treden de kenmerken op zonder duidelijke oorzaak.

Bij alle aanleidingen wordt de identiteit bedreigd, het kind voelt zich beoordeeld en veroordeeld.

Verlegen mensen hebben een zeer uitgesproken negatieve inwendige stem.

Door hiernaar te luisteren trekken ze zich terug.

Soms functioneren ze in hun eentje goed, maar komen in een groep niet tot hun recht.

Verlegen lichamelijke uitingen:

*       Blozen

*       Zweten

*       Beven

*       Droge mond

*       Buikpijn

*       Misselijkheid

*       Overgeven

*       Stotteren

Verlegen ‘geest’:

De persoon is vooral op zichzelf gericht, denkt negatief over sociaal gedrag en capaciteiten.

Verlegen persoonlijkheid:

Deze kenmerkt zich door een laag gevoel voor eigenwaarde.

Je kunt het proces dat bij verlegenheid in werking treedt onderkennen en doorbreken.

Aanvankelijk hebben verlegen mensen bereidheid om mee te doen.

Ze krijgen stress wanneer ze beseffen dat ze tegelijkertijd  wel en niet mee willen doen, er ontstaat lichte paniek omdat ze hun rol verkeerd taxeren en er wordt gevlucht naar een veiliger plek.

Verlegen mensen willen wel contact leggen maar schatten hun verlangens en sociale vaardigheden verkeerd in en blijven steken in hun neiging tot vermijden (approach –avoidance) Dit leidt tot stress en lichamelijk ongemak.

Waaruit kan de hulp om afhaken te voorkomen uit bestaan?

·         Voorbereiding op een gebeurtenis

·         Zorgen voor vertrouwd gezelschap of een vertrouwd voorwerp in een nieuwe omgeving

·         Zorgen voor een langzame overgang

·         De gevoelens erkennen en wijzen op aanwezigheid van dergelijke gevoelens in de omgeving b.v. bij andere kinderen

·         Een andere benaming: benoem dingen die het kind wel aankan of wijs op positieve dingen

·         Maak een sociaal gebaar

·         Doe zelf mee

Ontdooitijd:

Iedereen heeft een eigen ontdooitijd, die van mens tot mens verschilt.

Verlegen mensen worden tegengehouden door hun verlangen een situatie te vermijden, hoewel ze het tegelijkertijd graag willen.

Waaruit bestaat de hulp bij activiteiten?

*       Bereid je kind voor op een activiteit

*       Leg de voordelen uit

*       Neem een pauze als een kind iets eng vindt

*       Erken dit

*       Praat over vorige ervaringen en relativeer

*       Plaats het kind opnieuw in de situatie

*       Blijf betrokken

*       Als het niet lukt probeer het later

*       Praat er na afloop over

*       Kondig de volgende uitdaging aan

Let op : een probleem is de haastige maatschappij

Hoe breid je de veilige zone uit?

Door negatief vermijdingsgedrag wordt de veilige zone smal en star.

Belangrijke elementen van de veilige zone zijn:

*       Mensen

*       Plaatsen

*       Activiteiten

Met deze elementen moet geëxperimenteerd worden.

Welke stappen zijn gewenst bij het oplossen van verlegenheid?

Verlegenheid los je op met behulp van toepassing van de vier I’s

  1. Identificatie: probleem onderkennen
  2. Informatie: cognitieve informatie geven ter ondersteuning
  3. integratie: Laten zien dat informatie toegepast tot succes leidt
  4. implementatie: Herhaalde toepassing waardoor succeservaring ontstaat

Aan welke voorwaarden kan gewerkt worden?

    • Frustratietolerantie; Je kunnen bedwingen brengt winst, een kind moet zich kunnen ontspannen alvorens te presteren.
    • Sociale belangstelling ontwikkelen; Leer met onbekenden omgaan, zelf goed voorbeeld geven.
    • Vergroten van zelfkennis, verlegenheid en gevoel van eigenwaarde hangen samen, nodig is praten angst, wat goed gaat, leren objectief naar jezelf te leren kijken.

Welke aandachtspunten zijn te herkennen bij het kind?

*       Onrustig in lawaaiige omgeving

*       Afkeer van nieuw speelgoed

*       Afkeer van een nieuwe omgeving

*       Aanvankelijk stil bij vreemde mensen

*       Lastige eter

*       Laat zindelijk

*       Hangt sterk aan ouders of oppas

*       Draagt graag oude kleren

*       Heeft ongewone angsten of bange dromen

*       Gevoelige huid of allergie

*       Is ontspannen bij mensen die het kent

*       Is overgevoelig voor kritiek

*       Houdt niet van verandering van routine

*       Staat langs de kant bij spel

*       Heeft belangstelling voor andere kinderen, maar speelt niet mee

*       Bij vreemde mensen: hoofd buigen, stokstijf zitten

Verdere mogelijkheden tot hulpverlening:

Verlegen kinderen ervaren een sterk conflict tussen benaderen en vermijden.

Wat je kunt doen is het instinct tot naderen versterken en uitbreiden.

Geef tijd om te ontdooien, langzaam te wennen, bereidt het kind goed voor, moedig aan en probeer in de buurt te blijven. Steun het kind als het zijn wereld groter maakt, breek spanning door even te dollen, leer vaardigheden aan:

*       Problemen oplossen

*       Samenwerken

*       Onderhandelen

*       Initiatief nemen

*       Communiceren

*       Belangstelling naar anderen uiten

*       Meeleven

*       Verdraagzaam zijn

*       Plannen maken

*       Eerlijk zijn

*       Tegen verlies kunnen

*       Trouw zijn

Biedt nooit voor de ontdooitijd hulp

Op school:

Zorg voor uitbreiding van de veilige zone (mensen, plaatsen, activiteiten)

Kinderen kunnen vastlopen in het proces van approach and avoidance (toenadering en vermijding)

Houdt rekening met de ontdooitijd

Omgaan met faalangst Basisboek : A. Nieuwenbroek / J. de Vries   uitgeverij:Berkhout Nijmegen /KPC

www.momboeken.nl  ISBN 90 269 2901 3

De verlegenheid voorbij : B. J. Carducci  

 

 

Home ] Up ]
Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 30/06/2017