Website orthopedagogiek

 Aanvraagformulier intelligentietest (capaciteitenonderzoek)
 

 


Meer dan 1 miljoen ADHD-voorschriften

Hoofdzakelijk tieners van 10 tot 12 jaar gebruiken deze medicatie. Recentelijk meldde de staatssecretaris van VWS dat de overheid wil dat kinderen minder medicijnen slikken tegen aandoeningen als ADHD en PDD-NOS. Hoewel ze van mening is dat kinderen niet ten onrechte de diagnose ADHD krijgen en niet ten onrechte behandeld worden met geneesmiddelen, vindt ze wel dat deze jongeren sneller dan nodig specialistische hulp of medicijnen krijgen.

Middelen
Het meest ingezette geneesmiddel bij ADHD is methylfenidaat (merken als Ritalin, Concerta, Medikinet en Equasym), op afstand gevolgd door atomoxetine (Strattera). Ook bij PDD-NOS, een term die wordt gebruikt voor kinderen met kenmerken van autisme, maar niet genoeg kenmerken om ze de diagnose autisme te geven, kunnen ADHDĖmiddelen worden voorgeschreven om de aandacht en concentratie te verbeteren.

Stijgend gebruik
In 2011 zullen de openbare apotheken naar verwachting zo'n 1,1 miljoen keer een geneesmiddel verstrekken dat wordt toegepast bij ADHD. Ten opzichte van eerdere jaren zet de sterke groei in het gebruik van deze middelen hiermee door. Sinds enkele jaren stijgt het aantal verstrekkingen van deze geneesmiddelen bovengemiddeld met zo'n 10 tot 12 procent per jaar.

bron: http://lifestyle.nl.msn.com/gezondheid/meer-dan-1-miljoen-adhd-voorschriften
 

Behandelingen in de psychiatrie worden veelal vastgesteld op basis van gedrag. Hyperactiviteit en aandachtsproblemen leiden bijvoorbeeld tot de diagenose ADHD en het voorschrijven van ritalin. De medicijnen blijken lang niet altijd het gewenste effect te hebben. Volgens promovendus Arns is dat niet verwonderlijk: "Zowel depressie als ADHD kent verschillende subtypen. Bij de ene variant werken medicijnen wel, bij de andere niet."

Elektroden

Om te zien of een behandelmethode kans van slagen heeft, onderwierp promovendus Arns zijn patiŽnten aan een EEG. PatiŽnten kregen elektroden op het hoofd om de hersenactiviteit te meten. Na dit EEG kregen de patiŽnten een van de volgende drie behandelingen voorgeschreven: een behandeling met medicatie, met magnetische hersenstimulatie (rTMS) bij depressie of met neurofeedback bij ADHD. Na de behandeling bekeek Arns of er verbetering was opgetreden bij de patiŽnt en of er een relatie was tussen het succes van de behandelmethode en het EEG voorafgaande aan de behandeling.

Ritalin
Arns schrijft in zijn proefschrift dat hij drie subgroepen ADHD-patiŽnten kon onderscheiden. Een van die subgoepen reageert goed op ritalin. "Deze groep vertoonde in het EEG bijvoorbeeld een verhoogde theta-activiteit: een activiteit die geassocieerd wordt met een verlaagd alertheidsniveau en een verminderde volgehouden aandacht."

Bij depressie bleek deze verhoogde theta-activiteit juist samen te hangen met het niet reageren op antidepressiva en rTMS. Mogelijk reageert deze subgroep van patiŽnten beter op bijvoorbeeld ritalin. Een andere belangrijke maat, de zogenoemde trage alfa piek-frequentie, bleek een voorspeller voor het algeheel niet reageren op behandelingen bij zowel ADHD als depressie. "Toekomstig onderzoek moet zich dus richten op het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor deze substantiŽle subgroep", stelt Arns.

Hersenactiviteit
In zijn proefschrift pleit de Utrechtse onderzoeker voor meer gebruik van gepersonaliseerde behandelingen binnen de psychiatrie. Daarbij moet niet langer het gedrag als uitgangspunt worden genomen om tot een diagnose en dus tot een behandeling te komen, maar de gemeten hersenactiviteit. "Een eenvoudig EEG-onderzoek zou in dezen een welkom instrument voor de psychiater zijn."

Bron: http://www.gezondheidsnet.nl

 

 

Send mail to jpm.voets@orthopedagogiek.com with questions or comments about this web site.
Copyright © 1998
Last modified: 24/9/2017